vrijdag 9 februari 2018

Over vaginakogels, zaadslingeren en Atakos

In mijn eerste blog van 2017 "Vrouwenbeschutting" besprak ik drie zeldzame 'prijscouranten' uit mijn collectie van rond 1900 met anticonceptiereclame en beloofde ik ook de brochures die ik op dat gebied bezit in een toekomstig blog te bespreken.
Belofte maakt schuld en daaraan werd ik herinnerd toen ik in de eerste week van dit jaar een vrij zeldzame aanvulling op mijn collectie ontving getiteld: "Beperking van het kindertal, hare noodzakelijkheid en de middelen om haar toe te passen" (Amsterdam, 3de druk, 1896), geschreven door mevrouw de weduwe van Ham-De Raadt, verloskundige te Amsterdam.

Het is de oudste van mijn kleine collectie voorlichtingsbrochures die ik in de loop der tijd bijeenbracht. De andere zijn, in chronologische volgorde; "De ware oorzaak en genezing van armoede of de onzedelijkheid van groote gezinnen met de nieuwste middelen ter voorkoming van groote gezinnen" (Zierikzee, 7de druk, 1902), van S. ten Kate; "De voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap" (Amsterdam, 16de druk, 1908), van Prof. dr. J. Schoondermark jr.; "De toepassing der voorbehoedmiddelen met afbeeldingen ter voorkoming v. zwangerschap, overbevolking en hoe haar te voorkomen" (Amsterdam, 12de druk, z.j. [1929]) van dr. Edw. Smithson; "De toepassing der voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap" (Amsterdam-Soerabaja, 14de druk, z.j. [1929]) van dr. H.J. Rouget en tot slot: "Middelen ter bewuste regeling van het kindertal. Vertrouwelijke inlichtingen van een dokter" (z.p., 272ste duizendtal, 1933) van dr. J. Rutgers.
Ik heb expres de druk vermeld (vaak enkele duizenden per keer) om een idee te geven van de enorme hoeveelheid brochures die in omloop moet zijn geweest. Weliswaar komen de meeste uit de hoek van de Nieuw-Malthusianistische Bond, die in 1881 werd opgericht, maar er waren ook anderen die profiteerden van de enorme en lucratieve vraag naar dergelijke uitgaven. Veel van deze brochures zijn thans schaars tot zeldzaam en dat heeft natuurlijk alles te maken met het voor die tijd ongemakkelijke onderwerp. Dat blijkt mede uit de omzichtigheid waarmee verzending van artikelen en levering van diensten plaatsvond.

Mijn laatste aanwinst bevindt zich ondanks de ruim honderdtwintig jaar die inmiddels zijn verstreken in onberispelijke staat en bevat bovendien iets wat vermoedelijk ontbreekt bij het enige andere exemplaar (mij bekend) in de collectie van Atria. Het is een los inliggende dubbelzijdig bedrukte prijscourant (ca. 13.5 cm. breed, 19.5 cm. hoog) van de 'Speciale inrichting Nieuw-Malthusianisme, mevr. de wed. Van Ham, Leijdsche kade 85A, Amsterdam'. Atria heeft overigens op haar website een digitale tentoonstelling over dit onderwerp staan ('Nieuw Malthusianisme. Geboorteregeling in Nederland') met diverse gedigitaliseerde brochures die u hier kunt bekijken. Zo vullen wij elkaar mooi aan!


Wat voor middelen werden er besproken en aangeboden?
Naast de overal bekende periodieke onthouding passeren in deze brochures nog tal van andere methoden die elders ter wereld in gebruik waren (geweest). Bijvoorbeeld de manuele verschuiving van de baarmoeder (Oost-Indië /Indische eilanden) die kon worden bereikt door het uitwendige drukken, wrijven en kneden van de buikwand. Het hurken direct na de daad, om door krachtig te hoesten en te persen het zaad uit de schede te laten lopen (Italië). Daarop bestond ook een Australische en Oosterse variant; "onmiddelijk na den bijslaap staat de vrouw op, zet haar beenen van elkander en met een slingerende beweging van het onderlijf werpt zij met een heftige ruk naar voren een massa wit slijm voor zich op den grond". Zaadslingeren dus!
Bij de boerenstand in Siebengebirge (Zevengebergte) en in Frankrijk was er de manonvriendelijk gewoonte om "op het oogenblik dat de uitstorting van het zaad in de scheede zou plaats vinden, dit te verhinderen door met krachtigen vingerdruk het mannelijk geslachtsorgaan aan den wortel zaam te drukken". Het zaad werd zo naar de blaas afgevoerd.
Verder konden vrouwen ook nog bevruchting trachten te voorkomen door het lang zogen van kinderen of zich (volgens dr. Alex Maijer) snel te vetmesten. Volgens de Hongaarse dr. Lindner hielp het inhouden van de adem op het moment supreme en weer een andere 'medicus' kon het snel naar binnen draaien van de voeten aanbevelen.
Last but not least was er nog de - vooral in aristocratische kringen - populaire 'surprise' methode, "een voor de vrouw minder krenkend middel". Het ontbreken van een meer innige lichaamsaanraking en de afleiding der zinnen - zo dacht men - voorkwam een bevruchting! Kortom, gewoon de vrouw bij verrassing bespringen voordat ze er erg in had en vooral niet denken aan de daad maar aan minder plezante zaken zoals de 'maatschappelijke werkkring'!

De diversiteit en hoeveelheid aan vaginapillen, pasta's, poeders en huismiddeltjes die destijds werd aangeboden en verkocht was bepaald ontzagwekkend. Bijvoorbeeld de Japanse wonderpillen van oud scheepsdokter J. Koessira en vaginaballen, gemaakt van cacaoboter en zoutzure Chinine die een half uur voor de bijslaap moesten worden ingebracht.
Gouden vaginakogels, afkomstig uit het midden oosten maar ook via de Levant in Venetië bekend geraakt, werden reeds door Casanova (1725-1798) genoemd en dienden een tweeledig doel. Enerzijds als anti-conceptiemiddel; gedrenkt in een zaaddodende chemische substantie en vlak voor de daad ingebracht.  Anderzijds als genotsmiddel vooral bij de Mohammedaanse, Japanse en Chinese vrouw (die volgens de Franse arts J.P. Dartigues door het warme klimaat doorlopend hitsig was). "De eene kogel is ledig, in den anderen daarentegen bevindt zich nog een tweede iets kleinere kogel, die den naam 'mannekogel' draagt, en bij de minste beweging aanhoudend trillen vertoont, wat zich bij elke nog zoo zwakke beweging herhaalt. En juist deze zacht en langhoudende beweging is het, welke aan die vrouwen zulk een groot genot bereidt".

Een professor- of dokterstitel, veelvuldig gebruikt bij reclames en producten, verhoogde ongetwijfeld de lucratieve verkoop maar gaf totaal geen medische garantie. De hooggeleerde heren in kwestie bestonden vaak niet of waren op zijn best moderne kwakzalvers met een gefantaseerde academische graad die de gezondheid ernstige schade konden toebrengen, zoals ene dr. Polis met zijn 'Methode double'; "bestaande in een, vóór de cohabiatie, inspuiten in de scheede van eene vloeistof, gepaard met het inbrengen van eenige 'granules' in de mannelijke urethra". Het leidde bij mannen veelvuldig tot ontsteking van de pisbuis of erger nog; een druiper...

Een andere middel was Atakos, de 'Mutterkanalbläser' van de chemicus dr. Justus von Liebig (1803-1873). "Een van een klep voorzienen elastieken bal, uit een evenals het moederbuisje gebogen middenbuis, de tevens een poederreservoir bevat, dat door een schuif afgesloten kan worden, eindelijk uit een aan het vooreind van de buis aangeschroefd, klokvormig aanzetstuk, dat aan de zijden meermalen doorboord en van voren open is. Het doel van de laatste inrichting moet zijn, dat daardoor de wanden der scheede uit elkander gespannen worden en dat bovendien door de gaatjes in zijn wanden een rustig ontwijken van de mede ingeblazen lucht uit de scheede mogelijk wordt. In dezen zoo gevormden blazer wordt dan een kleine hoeveelheid van het boven beschreven poeder gestort (een mix van boorzuur, citroenzuur, looizuur wat arabische gom en tarwezetmeel) en volgens de in de brochure precies voorgeschreven wijze ongeveer een half uur voor den bijslaap ingeblazen". Onfeilbaar, zo verzekerde de uitvinder. Maar prof. dr. J. Schoondermark jr. (1849-1915) dacht daar iets anders over: "Ik zag van het gebruik van atakos niets dan ellende; het eind na kortere of langere toepassing van dit 'conceptiewerend' middel was immer... zwangerschap".

Van alle aangeboden middelen werden naast de aloude condooms (van gummi, zijde of visblaas), de baarmoederkrans, het sponsje en de vrouwendouche vermoedelijk het meest gebruikt.

Het sponsje was destijds een zeer gebruikelijk voorbehoedsmiddel. Het bestond uit een stukje fijne spons ter grootte van een kindervuist aan een (ongekleurde!) zijden draad of band van ca. 15 cm. Het werd vochtig ingebracht in de schede en sloot de baarmoedermond. Na de daad kon het sponsje met zeep worden gespoeld of enige tijd in chloor- of carbolwater worden gedesinfecteerd.

De vrouwendouche of irrigator was er in vele soorten en maten. Het apparaat bestond uit een cilindervormig vat van zink, glas of porselein (inhoud ca. 2 liter), dat aan de muur kon worden opgehangen, met een slang van caoutchouc (rubber) waarop een kraantje zat om de watertoevoer aan- of uit te zetten en een spuit of sproeikop aan het uiteinde. Het lauwwarme water werd soms vermengd met een chemisch zuur). "Het zal wel niet noodig zijn er hier op te wijzen, dat de vrouw, die van eene spuit of een irrigator gebruik maakt, zulks het geschiktst boven eenig vat, (kamerpot, bidet), en wel in zittende, of half gebukte houding kan doen, teneinde het afvloeiende water op te vangen. Een krachtige waterstraal door de centraalopening van eene baarmoeder-(scheede)canule, die steeds diep en onmiddellijk na den bijslaap ingebracht moet worden, werkt gewoonlijk voldoende om dezen onvruchtbaar te doen zijn".

Kleiner, handzamer en demontabel was het spoel-apparaat (irrigator) van dr. Marie Steinbaum (over wie verder niets bekend is!). Het was een balvormig reservoir aan een gebogen kanaal met een spuitkop. Op de kop zat een spleet rondom waardoor water (aan alle zijden) kon worden opgenomen of uitgespoten.

Maar het voorbehoedmiddel van de toekomst - zo dacht - men was ongetwijfeld de gesloten baarmoederkrans ofwel het pessarium. Een halfrond rubber kapje, op maat gemaakt en ingebracht door de arts of vroedvrouw. dat de baarmoeder afsloot. Behalve het gewone model bestonden ook nog het duplex pessarium en het 'uterus-schutz-pessarium'. Het eerste model had een dubbele bodem waarvan de binnenste doorboord was dat diende om de boorzuurtabletten, die door de vagina-afscheiding werden opgelost op te nemen "zoodat de baarmoedermond voortdurend omgeven is van het anti-conceptioneel en antiseptische werkende boorzuur".
De laatste had de vorm van een paddenstoel. De bol-holronde zijde sloot de baarmoedermond af. De kegelvormige steel in de baarmoeder zorgde voor een voortdurende zuiging naar binnen waardoor de ligging van het pessarium werd verzekerd.

U ziet en leest, er werd wat afgemarteld in (over)grootmoeders tijd.
Het pessarium behoort nog steeds tot de gebruikelijke voorbehoedsmiddelen en dat geldt ook voor condooms. De rest verdween min of meer van het toneel. Letterlijk!
Originele antieke anti-conceptiespuiten en vrouwendouches zijn erg zeldzaam geworden. Ook het grote assortiment aan wonderpillen, drankjes, poeders en smeersels is opgelost. Vanaf 1964 was er voor de moderne vrouw nog maar één pil, en wel de pil!

woensdag 31 januari 2018

Het jaar geboekt, januari 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

Januari 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 19
Gekocht: 16
Gekregen: 3

Totaal uitgegeven: € 197,50 (inc. verzendkosten).
Gedeeld door 16 is gemiddeld: € 12,34 per object.

Via Boekwinkeltjes: 6 (1, 6, 10 a, b, c, d).
Via kringloopwinkel: 5 (5 a, b, c, 9 a, b).
Via boekenmarkt: 3 (4 a, b, c).
Via (online) winkelantiquariaat: 2 (7, 10 e).

Modern: 1, 5 a, b, c, 9 a, b.
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 2, 3, 4 a, 8.
Old & rare: 4 b, c, 6, 7, 10 a, b, c, d, e.

Januari 2018; de aanwinsten...

1. J.H. Kruizinga: "Ontmoetingen met verzamelaars" (Neerbosch, z.j. [1953]). Boek gekocht via Boekwinkeltjes voor € 8,- euro (incl. verzendkosten).
Ik heb hier verschillende boeken staan van Kruizinga (1913-1996) die vooral veel heeft geschreven over de geschiedenis van de Watergraafsmeer (Amsterdam) waar ik mijn eerste levensjaren doorbracht. Deze publicatie van hem kende ik - vreemd genoeg - niet. Via de blog van de Universiteit van Amsterdam kwam ik er achter dat hierin ook de Amsterdam verzamelaar A.M. van de Waal wordt geportretteerd ('Een liefde in boekvorm', blz. 25 t/m 31), wiens omvangrijke collectie thans bij Bijzondere Collecties (UvA) berust. De uitgave vormt een welkome aanvulling op mijn boeken over verzamelen en verzamelaars.
Tip! Probeer een exemplaar te bemachtigen met de stofomslag. De rode kunstleren band is bepaald lelijk!

2. C. Heijting & J.E. Weihl (W. Heijting): "Ik kijk in mijn oog" (Septemvillis, 2017). Boekje in een beperkte oplage van honderd exemplaren uitgegeven voor familie, vrienden en goede bekenden van Wim en Coby Heijting. Fraaie verzorgde uitgave (Japans gebonden) met foto's van textielobjecten/textilia (Coby Heijting) en haiku's (Wim Heijting). Beiden ken ik via het Nederlands Genootschap van Bibliofielen.

3. "E-legende. Koppermaandag Amsterdam 2018" (Amsterdam, 2018). Boekje van 'De Buitenkant' waar het jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen wordt gedrukt.
Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik deze Koppermaandag uitgave ontving.
Ik vlei mij met de gedachte dat velen mijn "Antiquarische taalspelletjes" hebben gelezen dat ik halverwege maart schreef!

4. Dat ik regelmatig op het Amsterdamse Waterlooplein bij Jos Albers leuke dingen koop voor weinig geld is voor mijn trouwe lezers allang geen geheim meer! Ditmaal kocht ik voor slechts € 10,- euro drie boekjes, een vel achttiende eeuws handmarmer en een folio katern achttiende eeuws blanco papier (beide laatste artikelen kan ik prima gebruiken voor reparatiedoeleinden). Totaal dus vijf verschillende dingen voor gemiddeld twee euro per stuk. De drie boekjes zijn:

a. E. Sanders: "Tararaboemdiee & De blikken dominee. De geschiedenis van ons nationale straatlied" (Amsterdam, 1997). Een oude koppermaandag uitgave van 'De Buitenkant', die in een oplage van 500 exemplaren verscheen (en niet in de handel). Ik heb hier wel meer leuke uitgaven staan van Ewoud.
b. "Nieuwe behangsels in artistieke toepassing" (z.p./z.j. [Amsterdam]).
Een vermoedelijk vrij zeldzaam voorbeeldboekje uitgegeven in het eerste kwart van de vorige eeuw door de behangselspapierhandel N.V. Rath & Doodeheefver. Een uitgave waar liefhebbers van schaarse brochures en historische behangsels van smullen!
c. J. Daskam: "De gedenkschriften van een baby" (Amsterdam, 1905). Curieuze titel! Ruim honderdtien jaar oud maar in nieuwstaat en nimmer gelezen, want nog niet opengesneden (en dat laat ik voorlopig zo!). Een snelle blik ter plaatste op mijn smartphone bij Boekwinkeltjes leerde mij dat er slechts twee exemplaren worden aangeboden voor respectievelijk vijftig en zestig euro. Meenemen dus!

5Kringloopvondsten! Ik ben er gek op. Ditmaal twee niemendalletjes en een belangrijk proefschrift voor in totaal € 5,- euro!


a. G. Néret: "Erotica -19th Century - From Courbet to Gauguin", (Köln, 2001). Boekje met opwindende afbeelding voor mijn bescheiden plankje erotica, (€ 1,50 euro).
b. D. Carasso, M. Gosselink, R. Storm (red.): "De verdieping van Nederland. Duizend jaar Nederland aan de hand van topstukken uit de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief" (Amsterdam, 2005). Gewoon, een aardig boekje voor de heb.... (€ 1,50 euro).
c. I.H. van Eeghen: "Vrouwenkloosters en Begijnhof in Amsterdam van de 14e tot het einde der 16e eeuw" (Amsterdam, 1941). Boek voor € 2,- euro.
Proefschrift van deze legendarische geschiedvorser van Amsterdam, mejuffrouw Isabella van Eeghen (1913-1996) die talrijke publicaties op haar naam heeft staan. Ik zag haar vroeger regelmatig rondscharrelen op het stadsarchief toen dat nog op de Amsteldijk zat.
Een wonderlijke verschijning (wollen kniejurk, panties, witte sportsokken en makkelijke schoenen) die zich er niet voor schaamde om in de lunchpauze een bekertje vla op te lepelen om vervolgens het bekertje langs haar uitgestoken tong te draaien om de laatste restjes er uit te likken!
Er stonden maar liefst twee exemplaren in mijn kringloop en dan kies je natuurlijk de mooiste. In dit geval een exemplaar met de losse stellingen en een klein kaartje met de tekst: "In opdracht van de schrijfster. Heerengracht 466 - Amsterdam-C." (vrienden of recensie-exemplaar?). Tot mijn verbazing wordt de uitgave momenteel nergens op Boekwinkeltjes aangeboden, wel op Antiqbook bij een Belgische antiquaar voor vijftig euro! Koopje dus!

6. K.O. Meinsma: "Middeleeuwsche Bibliotheken" (Amsterdam, 1902).
Boek gekocht via Boekwinkeltjes voor € 18,25 (incl. verzendkosten). Aardig detail is het etiketje aan de binnenzijde van boekbinder F.C. Koster in Amsterdam die dit exemplaar van een harde kartonnen band voorzag voor het Leesmuseum in Amsterdam (zoals uit de stempeltjes blijkt).
Proefschrift (incl. de stellingen) dat nog steeds bruikbaar is en wetenschappelijke waarde heeft (net als het voorgaande van I.H. van Eeghen). Ik had al de fotografische herdruk van het hoofdstuk over de Librye te Zutphen dat in 1988 apart verscheen bij de Walburg Pers. Het begeerde complete proefschrift kan ik nu van mijn verlanglijstje strepen.

7. Bij Werner Eichel een Duits antiquariaat (in Unna) kocht ik de eerste acht delen (van twaalf) van “Amsterdams Geheimnisse. Von L. van Eikenhorst” voor € 62,50 euro (incl. verzendkosten). 
Deze zeldzame vertaling van een Nederlandse roman verscheen in twaalf delen (drie banden, 1-4/5-8/9-12) in de serie: “Das bellettristische Ausland, herausgegeben von Carl Spindler. Kabinetsbibliothek der Classischen Romane aller Nationen” (Stuttgart, 1845). 
Zie verder mijn (komende) blog: "Verborgenheden van Amsterdam".

8. Verzamelen is ook in contact komen met verzamelaars en verzamelingen. Dat heeft vaak plezante gevolgen. Behalve het ontstaan van vriendschappen is er het uitwisselen van kennis, ervaringen en soms ook geschenken in de vorm van  aangenaam bibliofiel drukwerk. Een voorbeeld daarvan is (naast aanwinst nummer 2) deze jaarwisseling uitgave: "Tijdgenoot" (Den Haag, 2018). Een gedichtje van de, naar ik vrees onder jeugdige lezers geheel vergeten, J.A. dèr Mouw (1863-1919). De oplage, 'bestemd voor vaste gasten van het Multatuli cafe in Amsterdam (Bijzondere Collecties/UvA) en enkele anderen' bestond uit slechts 15 exemplaren (en mijn exemplaar is nummer 15). Gekregen van 'iemand' die ook langs deze weg hartelijk wordt bedankt.

9. Twee kringloopvondsten (zie ook aanwinsten onder nummer 5).
a. A.Th van Deursen: "Mensen van klein vermogen. Het kopergeld van de Gouden Eeuw" (Amsterdam, 1991). Niet een echte aanwinst, want deze ingebonden uitgave met stofomslag (voor € 2,50 euro) vervangt de paperbackversie uit dezelfde kringloop die op zijn beurt de oorspronkelijke vier deeltjes verving die eind jaren zeventig verschenen bij Van Gorcum in Assen (en die ik tijdens mijn studietijd al had gekocht). Wat mij betreft een klassieker. Van Deursen weet zijn enorme kennis samen met heel veel informatie altijd op een (althans voor mij) prettige manier te presenteren.


b. W.J. Simons: "Het woord gedrukt. Boeken en mensen [Een boek over boeken]" (Amsterdam, 1986). € 1,25 euro. Boeken over boeken vind ik altijd leuk en ik heb hier ook al wat van deze auteur staan. Er zit een kaartje in met de volgende tekst: "Voor hen die tot het laatst toe lid waren van de Wereldbibliotheek-Vereniging is nu als premie verschenen 'Het woord gedrukt' door Wim J. Simons. Wij doen u hierbij uw exemplaar toekomen. Omdat het boek het medium was dat de leden van de W.B.-Vereniging met elkaar verbond is deze laatste premie aan het boek gewijd. De Wereldbibliotheek-Vereniging is nu ontbonden, maar het boek zal altijd blijven! Amsterdam, voorjaar 1987".


10. Vijf theologische brochures over de vraag of het gebruik van de vloek 'G.v.d.' een doodzonde is.
Vier (a, b, c en d) gekocht via Boekwinkeltjes uit de collectie van Ed Schilders voor in totaal € 48,- euro (inclusief verzendkosten).
a. Patre Waltero, capuccino (L.A. Ruigrok): "Dissertatie Theologica de blasphemia Neerlandica..." (Tilburg, 1902).
b. Pater Walterus, capucijn (L.A. Ruigrok): “Colloquium doctum over den Grooten Hollandschen Vloek“ (Tilburg, 1905).
c. E. Brahms: "Dissertatio de formula 'G.v.d.', Deus damnet me" (Amsterdam, 1904).
d. P.L. Manise: "A propos de blasphème. Étude de quelques lucutions françaises prétendument blasphématoires" (Rome/Tournai, 1908)
e. E. Brahms “De formula S.N. de D.” (Lutetiis Parisiorum [Parijs], 1908). Brochure, gekocht bij antiquariaat Lezenaar (Hasselt/België) € 42,- euro (inc. verzendkosten).
Zie hierover mijn blog: "Deus damnet me..., S.N. de D..., G.v.d.!".

vrijdag 26 januari 2018

Deus damnet me..., S.N. de D..., G.v.d.!

Excusez les mots , beste lezers, maar ruim een week geleden las ik op het webmagazine Cultureel Brabant (CuBra) een inspirerend stukje van Ed Schilders uit 2002: "Jubileum: 'Godverdomme' 100 jaar geen doodzonde", geïllustreerd met diverse uitgaven uit zijn collectie. Het gaat over de bekende vloek, vaak afgekort tot 'G.v.d.' en is beslist de moeite van het lezen waard. Ruim daarvoor had ook Ewoud Sanders al eens aandacht besteed aan deze vloek in: "God verdoeme mij" (NRC, 22 december 1997) en "Het GVD-woord" (NRC, 10 september 1998).

Bij het lezen van deze stukjes moest ik meteen denken aan mijn doos met modern bibliofiel margedrukwerk waarin ook een exemplaartje zit van "Vloekzang" (Utrecht, 1989) gedrukt bij de Bucheliuspers in een oplage van 133 genummerde exemplaren (ik heb nummer 47). Het is een gedicht (tevens letterproef), zestien regels lang, van Erich Wichman (1890-1929) dat uitsluitend bestaat uit het woord 'godverdomme' en variaties daarop. Volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie gaat het echter om een vervalsing van de Bucheliuspers. Kortom, het gedicht is niet van Wichman en de inleiding niet van Hans van Straten (1923-2004).


Terug naar het artikel van Ed Schilders waarin het gaat over de felle moraaltheologische discussie die begin vorige eeuw plaats vond over ‘de grote Hollandsche vloek' (godverdomme of 'G.v.d.', in het Latijn 'Deus damnet me’ en in het Frans ‘Sacre Nom de Dieu’).
Aan de redemptorist en moraaltheoloog Josephus Antonius Aertnijs (1828-1915) komt de eer toe destijds de knuppel in het Katholieke hoenderhok te hebben gegooid met zijn revolutionaire publicatie: "De imprecatione Deus damnet me. Dissertatio theologica et apologetica." (Galopiae [Gulpen], 1902), waarin hij stelde dat het gebruik van 'godverdomme' geen doodzonde is.


Zijn mening leidde destijds tot de publicatie van verschillende curieuze uitgaven die vaak in het Latijn en in een beperkte oplage verschenen. Behalve theologische scherpslijperij zat er ook een taalkundig aspect aan. Was G.v.d. een zelfvervloeking (afgeleid van 'God verdoem mij') of een vervloeking van God (afgeleid van 'God [ik] verdoem u'), en in welke gemoedstoestand en met welke intentie werd het gebruikt?

Die obscure brochures verdwenen toen vooral in priester- en kloosterbibliotheken om pas decennia later weer op te duiken na de het overlijden van 'zijne weleerwaarde' of de opheffing van het klooster en de (uit)verkoop van de kloosterbibliotheek.
Voer voor oplettende bibliofielen zoals Ed Schilders die van dergelijke rariora houden!
"Ik kon ze niet laten liggen. Elke keer als ik ze tegen kwam in een antiquariaat of bij de uitverkoop van een kloosterbibliotheek kocht ik ze: theologische traktaatjes over de vraag of 'godverdomme' nu wel of geen doodzonde is. Meestal zijn het brochures die nooit in de handel zijn gebracht maar die gedrukt werden voor moraaltheologen. Ze zijn ook bijna allemaal geschreven in het Latijn".

Neem bijvoorbeeld de uitgave: "Dissertatie Theologica de blasphemia Neerlandica..." (Tilburg, 1902) geschreven door de Tilburgse kapucijner pater Walterus van Moerkapelle, kloosternaam van L.A. Ruigrok (1857-1920). Hij was tevens auteur van de enige Nederlandstalige bijdrage aan deze polemiek, getiteld: “Colloquium doctum over den Grooten Hollandschen Vloek“ (Tilburg, 1905). Een opmerkelijke uitgave die niet in de handel verscheen ('Eigendom van den Schrijver') en opgezet is in dialoogvorm.

"Tony - Wat denkt U van den Belgischen vloek G.v.d.?
Wout - Dat hij van den Hollandsche geheel en al verschilt.
Tony - Zoo! Waarom?
Wout -Omdat hij in België eene geheel andere beteekenis heeft dan in Holland, zoowel krachtens de woorden of taalkundig, als krachtens de algemeene opinie van 't volk".

Wout is overduidelijk Walterus en die blijft (en bleef) bij zijn mening dat het gebruik van 'godverdomme' een doodzonde is. Werd daar door onze zuiderburen zo anders over gedacht?
In ieder geval wel door de Belgische redemptorist E. Brahms. In 1904 verscheen van hem een uitgebreide dissertatie: "Dissertatio de formula 'G.v.d.', Deus damnet me" (Amsterdam, 1904). Hij kwam tot de conclusie dat het gebruik van 'godverdomme' geen doodzonde was. Ter bekrachtiging bevatte zijn uitgave een herderlijk schrijven ('monitum') in het Latijn en Nederlands van de aartsbisschop van Mechelen, Petrus Lambertus Goossens (1827-1906), met de volgende inhoud:

"Op bevel van Z.E. den Cardinaal Aartsbisschop, overeenstemmende met al de Hoogeerweerde Bischoppen van België, moeten wij u de volgende korte, maar zeer gewichtige onderrichting voorlezen. Luistert aandachtig.

Alle geloovige Christenen, inzonderheid ouders, meesters en allen die gezag voeren, worden dringend verzocht uit al hunne krachten met hunne Priesters te willen medewerken tot uitroeiing van godlastering, verwensching, ja zelfs gebruik van grove woorden, die daarmee eenigszins gelijkenis hebben. 
Immers zulke taal is onteerend, niet alleen voor een Christen, maar zelfs voor elk welopgevoed mensch. Intusschen is het nochtans hoogst noodig goed onderscheid te maken tusschen spreekwijzen, die ware godslastering bevatten, en menige andere, die, in den echten zin der woorden, geene eigenlijke blasphemie of godslastering zijn, maar door misverstand als zulks aangenomen worden.
Sommigen meenen ten onrechte, dat men door zekere vlaamsche spreuk de verdoemenis wenscht aan God, daar de beteekenis der woorden inderdaad is, dat God hunzelven de verdoemenis overzende. Die woorden beteekenen door henzelven geene godslastering maar wierden eertijds gebruikt als eed met verwensching; en daar deze verwensching meestal niet gemeend is, zal die spreuk bijna altijd van doodzonde vrij zijn, alhoewel zij heel onbetamelijk is en min of meer zondig volgens de omstandigheden.

Vermijdt dan, Beminde Christenen, dergelijke spreuken, maar vlucht vooral met afschrik de ware godslastering, 't is te zeggen alle woorden, die de goddelijke Majesteit beleedigen; belet ook zorgvuldig zulk groot kwaad bij allen, die van u afhangen. Nochtans, wij herhalen het, maakt wel onderscheid tusschen spreuken, die geene godslastering bevatten en ware godslastering; in twijfel gaat bij uwe biechtvaders te rade, om niet uit valsch geweten te zondigen, noch het geweten van anderen in dwaling te brengen".

Van Brahm's dissertatie verscheen overigens vier jaar later nog een "Editio altera aucta et recognita" in een zeldzame Franse editie getiteld: “De formula S.N. de D.” (Lutetiis Parisiorum [Parijs], 1908).
Deze uitgave verschilt inhoudelijk op veel punten en bevat bovendien een uitgebreide inleiding door J.E. Hizette, professor in de moraaltheologie op het grootseminarie (Notre-Dame) in Namur. Daarin wordt ook verwezen naar een Franstalige bijdrage aan deze discussie van P.L. Manise: "A propos de blasphème. Étude de quelques lucutions françaises prétendument blasphématoires" (Rome/Tournai, 1908).


Geïnspireerd door het stukje van Ed begon ik mijn zoektocht naar deze rariora en zo kwam ik op Boekwinkeltjes tot mijn verrassing terecht bij antiquariaat ‘Ed Schilders en Co.’

G.v.d..., het zal toch niet, dacht ik! Het was echter wel zo...
Ed is er wel klaar maar mee, maar ik (nog) niet en daarom besloot ik vier uitgaven van hem over te nemen voor mijn bibliotheek (alleen de Franse editie van Brahms kocht ik bij antiquariaat De Lezenaar in Hasselt).
Weer een bijzondere deelcollectie voor mijn bibliotheek en opnieuw een voorbeeld dat een kleine maar fijne verzameling niet veel geld hoeft te kosten.

"Gelukkig zijn er boekengekken als ik die zulke boekjes niet kunnen laten rusten", schreef Ed, en heeft helemaal gelijk. Ik ben er één van!