vrijdag 17 maart 2017

Antiquarische taalspelletjes


Ik vermoed dat bij veel liefhebbers van onze Nederlandse taal wel een exemplaar in de kast staat van Hugo Brandt Corstius' (1935-2014) populaire boek "Opperlandse taal- & Letterkunde" (Amsterdam, 1981) of - zoals bij mij - de laatste (2de druk) van "Opperlans" (Amsterdam, 2003)

De taalkundige goocheltrucs van 'Battus' zijn niet alleen vermakelijke leesstof maar tonen ook een oude traditie op dat gebied. Zo geeft hij voorbeelden van oude taalgrapjes waarvan enkelen al lang geleden zijn uitgegeven, waaronder enkele lipogrammen.

Daartoe behoort één van de vroegste Nederlands voorbeelden, een uitgave van 'A.F.' oftewel Albertus Frese (1714-1788): "Proeve van vijf klinkdichten, in welke naer rang zyn uitgelaeten de vyf vocaelen of klinkletters" (Delft, 1784).
Meer bekend - en eveneens opgenomen in "Opperlans" -  is het R-lipogram van de Duitse predikant Joächim Müllner (1647-1695): “De naam Jesus, eene uitgegootene olie of uitlegging van het Hooglied Salomo’s” (Rotterdam, 1795).


Ook in mijn bibliotheek staat een exemplaar van deze Kerst-leerrede “Met volkoome uitlaating van de Letter R, zonder dat daar door de zin eenigzints verstoord wordt”.
In de Duitse taal is zo'n R-lipogram trouwens extra lastig, omdat het veel woorden in meervoud (‘…er’) en het mannelijk lidwoord (‘der’) uitsluit.
Zoals de titelpagina laat zien werd het in 1795 door J. Scharp (1756-1828) “Merkelyk in styl verbeeterd, en met een voorbericht Uitgegeeven”.
Deze Oranjegezinde dichter en predikant hield wel van dergelijke kunststukjes zoals u in het krantenartikel kunt lezen.


De volledige tekst van dit R-Lipogram is voor liefhebbers ook beschikbaar via Delpher en Google Books.

Van een ander bekend voorbeeld bezit ik twee exemplaren (en dat is niet voor niets!).
Het gaat om drie bijzondere lipogrammen waarbij slechts één klinker is toegestaan.
Ze werden gebundeld (36 blz.) in een papieren omslag en verschenen onder de titel:
"A-saga,  E-legende, O-sprook" (Amsterdam, 1879).
Toen ik mijn eerste exemplaar vond en er wat in bladerde trof ik daarin een knipsel aan uit "De Verzekeringsbode" (Jaargang 74, van 19 augustus 1955, blz. 219 t/m 221) met een interessant artikel over deze uitgave van Prof. dr. M. van Haaften (1880-1957).
Van Haaften was geen taalkundige maar oud directeur van de 'Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen N.V. Anno 1807'. Dat verklaart de keuze voor dit blad en de wat curieuze titel van zijn stukje: "Een E-vertelsel betreffende verzekeren, en ander letterkundig spel".


Hierin beschrijft hij hoe in 1841 als eerste 'E-legende' verscheen van de hand van Jacob van Lennep (1802-1868). Die schreef het voor vrienden en de oplage bestond daarom uit slechts enkele exemplaren.
Toen Mr. Aeneas Baron Mackay (1806-1876) als kamerheer van Koningin Anna Paulowna (1795-1865) er lucht van kreeg en Van Lennep om een exemplaar vroeg zond deze hem het volgende versje:

"WelEedle heer
Geen bede helpt, het smeken neme een ende;
Het deed me leed; het speet me zeer.
Er bleef geen enkele E-legende
Te Lennep meer".

Twee vrienden van Van Lennep namen zijn taalkundige uitdaging destijds serieus en zo verschenen nog in hetzelfde jaar: "Paaschmaandag" (van Prof. dr. J. Bosscha (1797-1874) en "Colholms Roos" (van Dr. A. des Amorie van der Hoeven jr. (1821-1848).
De eerste eveneens in een beperkte oplage voor vrienden onder het motto: "'t Lam was haar kaars". Het gaat over de bekering van Noormannen tot Christenen.
Alleen de laatste werd destijds wat breder uitgegeven door P.N. van Kampen. Het had als ondertitel al 'O-sprook' en het motto: "Schoon lokt tot roof".
Pas toen de drie in 1879 samengebundeld werden uitgegeven kreeg Bosscha's "Paaschmaandag" de ondertitel 'A-saga'.

Over het boekje merkt Van Haaften op: "Wij tekenen nog aan, dat de woorden 'Tweede Oplage' gedrukt staan op de uitgave van 1879, dat is op de eerste uitgave van de drie brochures tezamen. Bij dezelfde uitgever is in 1924 een tweede druk verschenen".
Dit behoeft enige nuancering aan de hand van mijn twee exemplaren uit 1879, waarvan er één zonder deze toevoeging is! De eerste druk was kennelijk zo populair dat er besloten werd tot een 'Tweede Oplage'. Dit staat niet alleen op de omslag maar ook op de titelpagina, die in een iets ander lettertype opnieuw werd gedrukt (wat goed zichtbaar is aan de letter 'K' van 'sprook'). Verder zijn de boekjes identiek. In 1924 verscheen bij dezelfde uitgever in de serie 'Zilveren Verpoozingen' een geheel nieuwe tweede druk.

Overigens bestaat er van de "A-saga, E-legende, O-sprook" ook een moderne uitgave van Manteau (Brussel, 1978). Die is voor enkele euro's op Boekwinkeltjes ruim verkrijgbaar maar voor hetzelfde geld koopt u al gauw een origineel negentiende eeuws exemplaar (en dat is toch veel leuker!)

De populariteit van "A-saga, E-legende, O-sprook" zorgde er voor dat al gauw ook anderen hun pen beproefden. Een van de eersten was de theoloog en journalist B.H. van Breemen (1852-1928). Hij publiceerde: "I-dicht, IJ-rijm en eenige andere rijmen" (Amsterdam, 1880). 


Daarnaast verscheen er het I-dicht "Prins Willi" geschreven door de Arnhemse bibliothecaris A.J.C. Kremer (1828-1918) en uitgegeven bij J. Minkman (Arnhem, 1880). Overigens wordt deze uitgave niet door Battus genoemd in zijn “Opperlans”.
Zowel het boekje van Van Breemen als dat van Kremer zijn een stukje zeldzamer en dus moeilijker te vinden (al wordt er door mij natuurlijk passief op gejaagd en dat is zoals altijd een kwestie van geduld, toeval en veel snuffelen!).

Na het verschijnen van deze publicaties volgden destijds ook in de kranten verschillende anonieme vertelsels. Bijvoorbeeld door ene 'D. de D.' in het Provinciaal Noord-Brabants Dagblad (1886) getiteld: "Drimsche dorpsgeschiedenis".


En niet veel later - in hetzelfde jaar - verscheen in de Haagsche Courant; "Waarde Wegwijzer!", een W-vertelsel en niet het eerste want twee jaar daarvoor, in 1884, hadden lezers van het Semarangsch Handels- en Advertentieblad al kennis gemaakt met een
'W-roman'.


Tot slot. Hoe zit het met het 'E-vertelsel betreffende verzekeren' dat van Van Haaften in de titel van zijn stukje noemt? Daarover schrijft hij; "Wij hebben de Lennepse E-legende weergegeven met het streven de lezers te bewegen eens een E-vertelsel betreffende het verzekeren te creëren en er de steller dezes mede te vereren. We geven zelf slechts enkele regels, welke verhelderen hetgeen we met bredere trekken beschreven hebben". Waarna zijn 'E-vertelsel betreffende verzekeren' volgt.


Blijft over de kwestie rond het mysterieuze 'U-prul'. Is het ooit verschenen?
Waarde lezers... Perkamentus daagt u uit...

(NB. Dit blogje maakte heel wat pennen los, zie hier en hier en lees vooral ook de diverse reacties onder dit stukje!)

vrijdag 3 maart 2017

Drie maal Hitler's boek

Het Noord-Hollandse antiquariaat Serendipity behoort tot de regelmatige deelnemers aan de boekenmarkten die ik bezoek.
Vaak neus ik dan even tussen het aanbod aan oude uitgaven over de geschiedenis van Amsterdam, dat mijn bijzondere interesse heeft.

In de zomer van 2016 trof ik daar bovenop de plankjes met boeken - en voor iedereen duidelijk zichtbaar – iets heel anders aan. Een nog in plastic geseald exemplaar van de Duitse wetenschappelijke ‘kritische Edition’ van Hitler’s “Mein Kampf”, uitgegeven door het Institut für Zeitgeschichte (IfZ) en voor het eerst verschenen begin 2016. Ik betaalde er graag vijfenzestig euro voor.

De antiquaar, dr. Vincent (S.E.) Falger, bleek een aantal exemplaren in Duitsland te hebben gekocht en verkocht die nu weer via zijn antiquariaat aan geïnteresseerden in Nederland tegen een zeer geringe meerprijs.
Falger, die in de Boekenpost van april 2015 een uitgebreid artikel over “Mein Kampf” schreef, houdt wel van een beetje reuring. In zijn kraam stond bij het boek een bordje met de mededeling dat hij met de verkoop van dit in Nederland verboden boek hoopte op een proefproces!

Uitlokking tot aangifte dus, maar gelukt is het hem niet en het bordje zal niet meer in zijn boekenkraam staan nu de Hoge Raad heeft gesproken.
Die oordeelde namelijk in februari 2017 dat de verkoop van het boek door Michiel van Eyck, eigenaar van de ‘Totalitarian Art Gallery’ in Amsterdam, niet strafbaar was en beëindigde daarmee een geruchtmakend proces dat al in 2013 was gestart.
De tijd dat Hitler's boek regelmatig het nieuws haalde dankzij dit soort processen lijkt daarmee zo langzamerhand voorbij te zijn...



Tegenwoordig is “Mein Kampf”, zeker een moderne herdruk ruim verkrijgbaar maar ook via internet  te downloaden (en als 'audioboek' te beluisteren) of in een - al dan niet universitaire - bibliotheek op te vragen.
Mijn eerste originele “Mein Kampf” kocht ik ergens begin jaren tachtig van de vorige eeuw in de Amsterdamse Oudemanhuispoort bij antiquaar Bonset. Het lag bij hem letterlijk onder de toonbank (anders kon het in beslag worden genomen!). Ik kwam daar pas achter nadat hij het een andere klant aanbood terwijl ik in zijn boekenstal snuffelde.
Die klant had toen geen interesse, ik wel...
Het is een exemplaar uit 1933, het jaar waarin het kabinet Hitler in Duitsland aan de macht kwam. Er waren op dat moment al tweeënzeventig drukken van verschenen; totaaloplage 990.000 exemplaren! In vrijwel elk Duits gezin stond er destijds wel één in de kast (mede dankzij de 'Hochzeitsausgabe'), al was het maar om de schijn van loyaliteit met het regime op te houden, maar of het boek ook daadwerkelijk massaal werd gelezen mag gerust worden betwijfeld.

Verboden boeken smaken het lekkerst was mijn bibliofiele motief destijds. Bovendien interesseerde ik me toen meer voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog dan thans. Ik kocht het vooral om zijn symbolische en historische betekenis maar helemaal gelezen heb ik het nooit.
Vele jaren later kocht ik ook de wat zeldzamere Nederlandse vertaling, die voor het eerst verscheen in 1939. Ik heb een exemplaar van de 4de druk (26ste tot 50ste duizendtal). Vertaler was Steven Barends (1915-2008), die overigens gehuwd was met Truus Pfann, een dochter uit het bekende antiquarengeslacht.


Beide uitgaven (zonder hun schaarse stofomslag) zitten in een blauw linnen band met vermelding van auteur en titel in goud op de rug. Op het voorplat staat, eveneens in goud, de Duitse adelaar met een hakenkruis. Wat leesbaarheid betreft vind ik Hitler’s boek - of het nou gaat om de Duitse of de Nederlandse versie - ongenietbaar, bombastisch en zo droog als gort. Bovendien werkt bij de Duitse versie de Fraktur vermoeiend. Af en toe een stukje hier en daar ging me nog het beste af.

Met de onlangs verschenen Duitse wetenschappelijk editie is dat anders. Die bevat een aantal zeer lezenswaardige inleidingen. Bovendien merk ik dat het lezen van de talrijke interessante en uitvoerige voetnoten werkt als smeerolie bij het herlezen van de desbetreffend droge tekstfragmenten. Zoals geïnteresseerden wel weten is de uitgave inmiddels een Duitse bestseller geworden die al diverse herdrukken beleefde (mijn exemplaar is alweer de vierde druk).

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er inmiddels plannen zijn om mee te liften op het succes van deze wetenschappelijk uitgave. Vertalingen in het Frans en Engels zijn in de maak en het ziet er naar uit dat er in 2018 ook een Nederlands vertaling verschijnt bij uitgeverij Prometheus. Door flink te snoeien in de 3700 voetnoten zal die minder omvangrijk worden dan de Duitse wetenschappelijke uitgave. Voor mij zou dat een reden zijn om te blijven kiezen voor de laatste!
Wie desondanks toch antiquarisch een origineel exemplaar wil kopen hoeft daar tegenwoordig niet veel moeite voor te doen. Een Duitse editie koop je, afhankelijk van de uitvoering, voor rond de honderd euro en voor de wat moeilijker te vinden Nederlandse uitgave betaal je al gauw meer dan honderdvijftig euro.

Tussen twee haakjes 1.
Weinig bekend is dat Hitler in 1928 een vervolg schreef op “Mein Kampf”. Hierin brengt hij zijn gedachten en theorieën onder woorden over de te volgen Duitse buitenlandse politiek. Het typoscript, dat in een Amerikaans archief werd teruggevonden, is pas na de oorlog uitgegeven door het eerdergenoemde Institut für Zeitgeschichte (IfZ) onder de titel: “Hitlers Zweites Buch” (Stuttgart, 1961). Het is inmiddels, net als “Mein Kampf”, een prijzige uitgave geworden die antiquarisch her en der nog verkrijgbaar is.


Tussen twee haakjes 2.
Het succes van “Mein Kampf” verdwijnt in het niets bij het succes van “Máo Zhǔxí Yǔlù”, het boekje van die andere dictator, Mao Zedong. Van het ‘Rode Boekje’ zijn al meer dan een miljard exemplaren verkocht (en sommige schattingen geven zelfs een veelvoud daarvan).
En ja; ook in aantal slachtoffers verslaat Mao ruimschoots Hitler (78 miljoen tegen 17 miljoen)! Desondanks is Mao's ‘rode boekje’ overvloedig in vele talen verkrijgbaar en hier nimmer verboden.


De enige overeenkomst tussen beiden in mijn bibliotheek is dat ze alle twee in drievoud in mijn kast staan. Drie keer hetzelfde boek maar dan anders, dat komt hier wel vaker voor!

Overigens ken ik iemand die van “Mein Kampf” minstens vijf exemplaren in de kast heeft staan. Dat is VU-historicus Wim Berkelaar. Hij schreef er over op zijn blog maar leuk om te beluisteren (en voor mij heel herkenbaar) is zijn uiteenzetting ruim drie jaar geleden in 'Bob Dylan anno nu' op NPO (het begint na 23.00 minuten). Daarin vertelt hij niet alleen over zijn exemplaren, de verkoop en aanschaf, maar ook over het verbod dat nooit tot zware veroordelingen leidde en met de komst van de wetenschappelijke edities definitief onhoudbaar zal blijken.

Voor de rest is de collectie boeken van Perkamentus over en uit de Tweede Wereldoorlog bescheiden, met vooral uitgaven van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB). Ik heb mij altijd meer geïnteresseerd voor het Nederlandse ‘bruine boek’ (de website ‘Hasufali’ geeft een mooi overzicht van publicaties) maar dat is weer stof voor een volgend blog.

vrijdag 17 februari 2017

Op zijn Frans Baltensz.

Wat hebben uitgaven als het “Handbook on Hanging” (London, 1928) van Charles Duff (1894-1966), de “Historische beschryvinge van de reformatie der stadt Amsterdam…” (Amsterdam, 1729) van Isaac le Long (1683-1762) en “Besmettelijke Zielsziekten, voorheen en thans” (Baarn, 1931) van Evart van Dieren (1861-1940) met elkaar gemeen?

Het antwoord is; ze zijn ofwel bizar om de inhoud, curieus om het verhaal er achter of geschreven door een interessante gek auteur. Sommige zijn zeldzaam andere minder maar alle drie zijn het ‘boeken met een verhaal’ en daarom gewild bij verzamelaars en aantrekkelijk voor antiquaren.

Wie mijn blog leest weet dat ik wel pap lust van dergelijke boeken, brochures en ephemere uitgaven. Daarom ben ik ook in navolging van "Bizarre Books, a compendium of classic oddities" (1985) van Russell Ash & Brian Lake op Twitter gestart met "50 Bizarre Brochures" (dat tevens een ode is aan de Amsterdamse antiquaar Louis Putman (1923-2013).

Dat constant zoeken naar ‘boeken met een verhaal’ heeft onlangs een bijzondere uitgave opgeleverd die tot de hoogtepunten in dit genre mag worden gerekend. In een achttiende eeuws halfleren bandje met gemarmerde platten zit een curieuze tekst uit de zeventiende eeuw verborgen.
De auteur was een religieuze gek, het boekje werd verboden door de Classis van Zuid-Holland, evenals de burgemeester en kerkenraad van Dordrecht en de tekst is bovendien onleesbaar.
Ik heb het natuurlijk over de ‘Samaritane’ of zoals de titel volledig luidt: “Samaritane; ofte spieghel der Godtsvreesentheyt en eerbaerheyt” (Dordrecht, 1648).
De auteur ‘F.B.’, drukker en boekverkoper zijn één en dezelfde persoon; Frans Baltensz. (geboren rond 1610-overleden na 1648).


Al in 1635 gaf deze aanhanger van de wederdoper en ketter David Joris (1501-1556) bij drukker Nicolaas Centen een boekje uit dat de wenkbrauwen bij de Dordtse kerkenraad ernstig deed fronsen. Nadat hij door hen was ontboden om een verklaring af te leggen kwamen ze al gauw tot de conclusie dat de man geestelijk niet helemaal in orde was en volstrekt koeterwaals sprak.


Zij oordeelden daarom dat zijn uitgave: “Gulden kleinoodt, streckende ter verclaringhe van het XIIIe Capittel des Evangeliums Johannis” een “hers- en sinneloos geschrift was, daar uit geen verstant in ‘t alderminste kon gevat ofte geraept worden, noch van Evangeliste noch van zijne uitlegger selve, en daer geen ander vrucht van kon genoten worden, als een openbare bespottinge van christelijcke religie”.
De magistraat werd gelast om de gehele oplage in beslag te nemen en die deed dat kennelijk zo grondig dat er geen enkel exemplaar meer bekend is van het "Gulden kleinoodt".
Baltensz. die verklaard had nog meer geschriften onder zich te hebben moest de kerkenraad beloven deze niet uit te geven of te laten drukken.

Dertien jaar later brak hij zijn belofte en verscheen bij hem de ‘Samaritane’.
Honderden bladzijden lang onnavolgbare, vaak ellenlange, volzinnen met slechts hoogstzelden één begrijpelijke zin ertussen. Ook de typografie, met name indeling en opbouw, zijn verwarrend.
Het boekje bespreekt de eerste hoofdstukken (‘capittel’) van het Evangelie volgens Johannes.
Het eerste deel (51 bladzijden) gaat geheel over het vierde capittel. Dan volgt het tweede deel (315 bladzijden) met, volgens het titelblad, een “woordelijcke verklaringhe van thien capittelen in Johanne”.


Je verwacht dan capittel 1 t/m 11 (minus capittel 4 dat al in deel 1 werd behandeld, is 10).
Maar nee, een bespreking van het tiende of elfde capittel ontbreekt (!). In plaats daarvan heeft het eerste capittel een aanhangsel “Van Johanne by Mose” (blz. 59 t/m 89) en zit enigszins verborgen tussen de hoofdstukken over het tweede en derde capittel een verrassing; een nieuw hoofdstuk met een “woordelijcke verklaringhe van het derthiende Capittel in Iohanne” (bladzijde 117 t/m 136). Is dit soms de tekst van het verboden en verloren gegane “Gulden kleinoodt”?


Als verklaring voor de onbegrijpelijke inhoud ging al gauw het verhaal de ronde dat, nadat Baltensz. er lucht van had gekregen dat ook dit geschrift van hem zou worden verboden, hij het manuscript verknipt had “in kleine snippers, soms slechts drie of vier woorden bijeen, soms eenen geheelen regel aan elkander latende. Nu schudt hij alle die snippers in eenen zak of eenen mand dooreen, voegt ze allen, naar gelang zij hem in de hand kwamen, weder naast elkander en zond het in 1648 de wereld in…” (uit: A.J. van der Aa: “Biograpisch woordenboek der Nederlanden” (Haarlem, 1853, blz. 88).

Drukker en boekverkoper Frans Baltensz moet behalve de 'Samaritane' meer hebben uitgegeven zoals een "Historie van Joseph, den sone Jacobs, beschreven bij de Propheet Mose, in sijn eerste Boek" (Dordrecht, 1648) maar daarvan is geen exemplaar teruggevonden. Ook een sleutel om de raadselachtige tekst van de 'Samaritane' te ontcijferen en te begrijpen (die er volgens de geruchten moet zijn geweest) is nimmer opgedoken.


Werd de ‘Samaritane’ verboden en in beslag genomen, zoals sommigen melden?
Anders dan het “Gulden kleinoodt”, komt het niet voor in het overzicht van verboden boeken uitgegeven door dr. W.P.C. Knuttel in 1914.
Bij een verbod verwacht je ook niet dat er, zoals de STCN laat zien, maar liefst drie verschillende edities van zijn (mijn exemplaar behoort tot deze variant). Bovendien zou er volgens het in 1788 verschenen overzicht van 'Nederduitsche Boeken' door R. Arrenberg zelfs een tweede Amsterdamse druk van bestaan (die verder nooit is aangetroffen).
Hoe dan ook; volgens het verhaal dook het boekje onder en werd pas vele jaren na de dood van Baltensz. door zijn nabestaanden mondjesmaat en tegen geringe bedragen verkocht.

De hele affaire moet destijds zelfs hebben geleid tot een spreekwoord dat thans alweer vergeten is, namelijk: “Dat is op zijn Frans Baltensz.”, oftewel dat is onbegrijpelijke onzin. In die betekenis werd het al in 1697 gebruikt door de Rotterdamse stadsarts dr. Herman Lufneu (1657-1744) in een briefgewijs geschreven natuurkundig vertoog tegen zijn collega dr. Jan Schilperoort, waarin hij zijn opponent (op blz. 47) vergeleek met Frans Baltensz., “schrijver van het Dollemans boekje ‘Samaritane’”.


In de negentiende eeuw verdiepte de predikant en schrijver G.D.J. Schotel (1807-1892) zich in het verhaal en schreef er over in “Vaderlandsche Letteroefeningen” (Amsterdam, 1835) en “De Oude Tijd” (Haarlem, 1868).
Het boekje, zo herinnerde Schotel zich, was in zijn jeugd bepaald niet zeldzaam geweest. Het lag voor vier à vijf stuivers bij elk boekenstalletje te koop, “maar sedert het op een paar Catalogi van beroemde boekverzamelingen als ‘raar’ is voorgekomen, heeft men tot 5, à 6 guldens voor dit vod der vodden gegeven”. Inderdaad komt de uitgave in verschillende negentiende eeuwse veilingcatalogi voor, zoals die van de Rotterdamse politicus Adriaan Gevers Deynoot (1814), die van de medicus Matthias van Geuns (1818) en die van de Oranjegezinde predikant Jan Scharp (1828).

Raar’ kan verschillende betekenissen hebben; zeldzaam/schaars (zoals in het Engels ‘rare’), maar ook vreemd/curieus. De ‘Samaritane’ is beiden; een ‘boek met een verhaal’, en dus begeerd door verzamelaars en gezocht door antiquaren.
Wie na lezing hiervan hebberig is geworden en nu zelf een exemplaar wil aanschaffen kan de ‘Samaritane’ online in twee antiquariaten vinden. Beiden vragen echter iets meer dan de zeventig euro die ik betaalde!