dinsdag 1 maart 2011

Toekomstvoorspellingen

In 1868 werd bij de Gebroeders Binger te Amsterdam het “Gedenkboek der Feestviering van het vijftigjarig bestaan der Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels op 12, 13 en 14 Augustus 1867” gedrukt. De gladde boekband glimt je tegemoet en doet allerminst denken aan een stoffen bekleding.
Toch gaat het hier wel degelijk om een dunne linnen uitgeversband (met ‘pansy grain’ linnenstructuur) die zwaar in de roodbruine kleurstof werd gezet en vervolgens blind gestempeld (‘embossed’). Het woord ‘Gedenkboek’ op de voorzijde en de jaartallen 1817-1867 op de rug werden verguld.

Behalve een 'feestkroniek' van het driedaagse feest, door H. Binger, werden maar liefst achttien bijlagen opgenomen (A t/m R). Het gaat om de teksten van de toegangsbewijzen, toespraken, naamlijsten, feest- en tafelliederen en beschrijving van de decoraties.
De enige illustratie voorin is een mooie chromolitho die een beeld geeft van de feestdis, op 13 augustus 1867, in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam. Duidelijk is dat een aantal bekende boekhandelaren aan de tafels naar het leven zijn weergegeven. Duidelijk is bovendien dat er geen dames aanwezig waren. Over dat laatste lezen we op blz. 4:
Daar, in die eerste vergadering, werd de vraag, die bereids in de Algemeene Vergadering gedaan, doch aan de prudentie der Feestkommissie was overgelaten, te weten, of er ook Dames bij de festiviteiten tegenwoordig zouden zijn, alleronpartijdigst overwogen, en hoewel de ridderlijkheid van elk onzer Feestkommissarissen en zijn eerbied voor het schoone geslacht boven alle verdenking en twijfel verheven waren, bestonden er nochtans zeer geldige redenen, waarom de lieve Dames – al dragen zij, doordien zij zolders bij zolders verliefde romans verslinden, en de wereld met een gedurig sterker aangroeiend heir van jonge boekverkoopers begiftigen, ook nog zooveel bij ter bevordering van de belangen des boekhandels – van de eigenlijke feestviering moesten worden uitgesloten.


Het ligt buiten de bevoegdheid des onpartijdigen kronijkschrijvers, dit besluit aan de eischen der billijkheid te toetsen en daardoor afbreuk te doen aan de prerogatieven der Feestkommissie. Hare leden hebben dit bij hun eigen geweten en hun eigen wederhelften te verantwoorden.
Over vijftig jaar, wanneer de Vereeniging haar volle eeuwfeest viert, zal het misschien anders toegaan – De emancipatie der vrouw gaat blijkbaar met reuzenschreden vooruit. Alom trachten zij, die tot nog toe, bloode en bedeesd, zich met haar stillen, bescheiden werkkring aan den huiselijken haard, met het weven van de rozeketenen der huwelijks- en moederliefde vergenoegden, ons in het stormachtige maatschappelijk leven de loef af te steken en zich allengs in onze plaats te schuiven. Ja, over vijftig jaren, bij ons volle eeuwfeest, wanneer alle vrouwen geëmancipeerd zijn, dan zal ’t misschien anders wezen, dan bekleedt de dochter of schoondochter van een onzer den presidentszetel!”.

Dat laatste bleek een te optimistische voorspelling. Wie het gedenkboek leest van Vincent Loosjes (1869-1931) “Geschiedenis van de vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels 1815 – 1915” (Amsterdam, 1915) komt al gauw tot de ontdekking dat er geen één vrouw in voorkomt. De 'Vereeniging' was en bleef een mannenzaak ‘pur sang’ en voorlopig zou dat niet veranderen want ook in het daarop volgende gedenkboek, vijfentwintig jaar later, is nog geen vrouw te bekennen.

Bijlage H in het gedenkboek (blz.79/80) bevat een beschrijving van de “Pièces de milieu, gediend hebbende tot opluistering van de tafels bij het diné in het Paleis voor Volksvlijt, en van tragant geboetseerd naar teekeningen van C.L. van Kesteren”.
De beschrijving van nummer IV “Het Woordenboek der Nederlandsche taal compleet!” trok mijn aandacht: “In eene binderij ziet men een reusachtig hooge naaibank, waar een dito boek op genaaid wordt door een werkman, die het klimmen op een keukentrap te baat heeft genomen om de laatste vellen te kunnen aanhechten. Een lange lummel reikt hem het titelblad toe, dat als jaren van uitgave 1865-2065 aanwijst”.
In dit geval bleek de voorspelling te pessimistisch. Het laatste deel verscheen in 1998 (in 2001 werden nog drie delen met aanvullingen gepubliceerd).

De moraal van dit verhaal? Het voorspellen van de toekomst is een vak apart!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen