maandag 3 december 2012

Drama achter een boek

Het oude boek bevat meerdere verhalen. De gedrukte tekst is er één van. Daarnaast vertellen zaken als bindwijze, band en herkomstkenmerken zoals een ex-libris of handgeschreven aantekeningen hun eigen verhaal.
Veel blijft desondanks verborgen zoals de relatie tussen de auteur en de drukker, kosten, oplage, verspreiding, ontvangst bij het publiek. Het verhaal achter het boek is vaak minstens zo spannend of, zoals in dit geval, dramatisch.

Isaac le Long (1683-1762) is bij de liefhebbers van het oude boek een bekende bibliofiel. Hij bouwde een formidabele collectie op, maar hoe hij die betaalde en waar hij zijn schatten vandaan peuterde is vrij duister.
Nog bij leven en welzijn liet hij zijn collectie veilen. Uniek drukwerk werd voor dubbeltjes verkocht en de hele collectie (385 manuscripten en ongeveer 6500 incunabelen, postincunabelen e.d.) bracht amper 5.000 gulden op.

 
Als Le Long ter sprake komt, zoals bij P.J. Buijnsters in zijn boeken over het Nederlands antiquariaat en de Nederlandse bibliofilie, wordt steevast gerefereerd aan de “Boek-Zaal der Nederduytsche Bybels” (Amsterdam, 1732), dat nog steeds bruikbaar is. Le Long’s andere publicaties worden niet vaak genoemd of het moet gaan om zijn ‘getrouwelyk uytgegeven’ ”Spiegel Historiaal of Rym-Spiegel; zynde de Nederlandsche Rym-Chronyk van Lodewyk van Velthem” (Amsterdam, 1727). Een uitgave extra interessant door de bijgevoegde naamlijst ‘der heeren inteekenaars van dit werk’, waaronder twee vrouwen: Susanna Lups en Juffrouw Radys.


Een paar jaar geleden kon ik een exemplaar bemachtigen van zijn: “Historische beschryvinge van de reformatie der stadt Amsterdam…(Amsterdam, 1729). Een boek waar eenentwintig jaar later door de stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773), in zijn inleiding op de driedelige geschiedenis van Amsterdam, weinig vleiend over werd geschreven. De uitgave was volgens Wagenaar min of meer een uitvloeisel geweest van een mislukt project om een nieuwe beschrijving van Amsterdam uit te geven waarbij Le Long betrokken was geweest. Het boek vond hij geen vlees en geen vis. Het droeg weinig bij aan de in 1694 verschenen tweedelige stadsbeschrijving door Caspar Commelin (1636-1693) en voor wat betreft de geschiedenis van de reformatie was het werk van Gerard Brand (1626-1685) veel beter.
Dat er een bijzonder verhaal achter deze uitgave van Le Long zat was me al gebleken uit zijn eigen enigszins raadselachtige woorden in het ‘Bericht aan den leeser’: Hadden andere, die ik altydt voor myne goede Vrienden heb gehouden, in de plaats van my wat honing om den mondt te smeeren, sonder misleydinge te werk gegaan, soo soude ik dese stoffe tot een ander Werk gebruykt hebben.. ”. Met dat andere werk werd natuurlijk dat mislukte project bedoeld, maar wat was er precies gebeurd?
Na geduldig zoeken in mijn bibliotheek vond ik een uitvoerig antwoord in het onvolprezen standaardwerk van mejuffrouw I.H. van Eeghen (1913-1996): “De Amsterdamse boekhandel 1680-1725” (Amsterdam 1960-1978, deel IV, blz. 121 t/m 124).
 
In 1723 verwierven een viertal boekhandelaren (Andries van Damme, Johannes Ratelband, Antony van Aaltwijk en Hermanus Uytwerf) de rechten op de eerdergenoemde Amsterdamse stadsbeschrijving door Caspar Commelin. Hun bedoeling was om te zijner tijd een derde aanvullend deel uit te geven. Om de bezitters van de eerste druk niet te benadelen verscheen daarom (ruim dertig jaar later!) in 1726 de tweede druk van Commelin’s uitgave ongewijzigd, maar met ‘verbeeterde figuren’.
Ondertussen werd er druk documentatie- en illustratiemateriaal verzameld waaronder afbeeldingen uit de atlas van Andries Schoemaker (1660-1735). Le Long die bij dit proces betrokken was en contacten onderhield met de boekhandelaren Van Damme en Ratelband moet enige tijd in de veronderstelling zijn geweest dat hij het vervolgstuk zou schrijven.
Groot was zijn teleurstelling toen bleek dat de advocaat Pieter Vlaming (1686-1733) zich hiermee bezig hield. Daarop besloot Le Long om met zijn documentatie-materiaal ‘over te lopen’ naar de uitgeverij van Johannes van Septeren, waarvoor hij veel vertaalwerk deed. Van Septeren rook een buitenkansje en kondigde eind 1728 de verschijning aan van Le Long’s boek dat het jaar daarop uitkwam onder de titel: Historische beschryvinge van de reformatie der stadt Amsterdam…”.

 
Ondertussen lieten de vier boekhandelaren het er echter niet bij zitten en waarschuwden zij in advertenties potentiële kopers en lezers voor het  zoogenaamde fraeije werk” van Le Long dat op een “baetzuchtige en malitieuse wijze in ’t licht is gekomen, dat so’er al iets in mocht zijn van waerde, ’t zelve onder een veel grooter verzameling van gedenkstukken tot de geestelijke gestigten van Amsterdam specteerende, binnen den jare 1729, het licht zal zien, in ongelijk schooner luyster en order, door de heer Pieter Vlaming…”.
 
Bovendien ondernamen zij juridische stappen en met succes. Van Septeren werd gedwongen om met hen een zeer nadelige overeenkomst aan te gaan die inhield dat hij: “alle de platen behorende tot dat werk mitsgaders ’t regt van copij aen deselve heeft moeten overgeven en daerenboven volgens contract belooft te betalen ƒ 750,- zijnde het selve boek daardoor en door de tegen advertissementen in sodanig dicredit gebragt dat genoegsaam alle die hem bestelt waren zijn afgeschreven en de exemplaren die eers voor ƒ 10,- zijn verkogt naderhand in publicque verkoping niet meer als ƒ 3.5,- hebben mogen gelden, waerdoor hij groote schade heeft geleden als hebbende den req. ’t selve werk gekost aen den schrijver ƒ 1425,-, aen drukloon van groot en klijn papier ƒ 1100,-, aen drukloon van de platen ƒ 420,-, aen drie plaatsnijders voor de platen ƒ 1400,-, aen bourdeaux drukpapier ƒ 875,-, aen mediaen schrijfpapier ƒ 350,- aen de vergaerder ƒ 40,-, (tezamen) ƒ 5600,-, waertegens hij van de verkogte exemplaren heeft ontvangen ƒ 1350,- en zulx aen schade ƒ 4250,-“. 
 
Voor Van Septeren was het de druppel die de emmer deed overlopen. Hij ging failliet en dat betekende het einde van zijn uitgeverij. En de uitgave van Pieter Vlaming?
Die is nooit verschenen; hij overleed een paar jaar later.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen