woensdag 4 september 2013

'Putmannen'

Eén van de nestoren van het (Amsterdamse) antiquariaat overleed twee weken geleden.
Maar Louis Putman (1923-2013) mag dan in de boekhemel zijn en zijn rommelwinkeltje aan het Rusland opgedoekt, dood is hij voor vele boekenliefhebbers allerminst.
Integendeel, nog dagelijks zijn de bibliofiele horden op pad om te ‘putmannen’. Wat dat is?
Het is een eponiem en een werkwoord; “Ik heb geputmand, jij hebt geputmand, wij hebben geputmand…
En dat zou dan moeten staan voor met niets ontziende ijver en vasthoudendheid datgene boven de rooilijn brengen, wat anderen er zo graag onderstoppen. Want daar hebben we toch (nog) geen woord voor!
“ (Citaat van Joop van den Berg).

‘putmannen’ gaat dus verder, is intensiever, dan ‘sneupen’ dat destijds door Ayolt Brongers (de ‘boekensneuper’) werd geïntroduceerd en in de boekenwereld de betekenis heeft van het met nieuwsgierigheid iets zoeken.
Dat ‘putmannen’ gaat nu wel heel letterlijk sinds grote gedeelten van zijn handelswaar bij Jos Albers op het Waterlooplein zijn terechtgekomen. Regelmatig ‘putman’ ik daar nu door bananendozen waarvan de inhoud gedurende tientallen jaren door Putman vaak op datzelfde Waterlooplein werd ingekocht. Een soort bibliofiele kringloop dus en inmiddels heb ik bij Jos al diverse brochures ‘geputmand’ tegen gemiddeld één euro per stuk.
Zoals ik al eens eerder schreef moest je bij Putman niet zijn voor dure in marokijn leer of perkament gebonden oude 17de en 18de eeuwse boeken. Ik ben ze althans bij hem nooit tegengekomen. Nee, bij Putman kwam je voor het ephemere drukwerk, met name gekke 19de en vroeg 20ste eeuwse brochures, overdrukjes en door hem zelf ‘gesepareerde’ artikelen.

Maar, eerlijk is eerlijk, ook die kocht ik toen hij nog leefde niet veel bij hem. Vaak stond ik voor een gesloten winkeldeur en zelfs als hij open was kwam je niet erg ver. Echt snuffelen bij Putman was er (althans voor mij) niet bij en als je wat specifieks zocht en het lag voor het grijpen dan was de prijs meestal aan de hoge kant.

Over de doden niets dan goeds, maar ik ben toch wel blij dat ik nu heerlijk frank en vrij door zijn dozen kan ‘putmannen’ en met plezier een paar euro uitgeef aan bibliofiele rariteiten om vervolgens met de schat naar mijn hol terug te sluipen. Wat is – zonder uitgebreid in te gaan op de vaak curieuze inhoud - het voorlopige resultaat van mijn ‘putmannen’ sinds zijn overlijden?
Voor twee euro een exemplaar van M. Reijnders: “Toen het oude kerkje van pastoor Wubbe nog bestond” (Amsterdam, 1925). Mijn tweede exemplaar! De eerste kocht ik nota bene jaren terug ook bij Putman voor dertig gulden! Bevat historische anekdotes (geïllustreerd) uit het alledaagse Amsterdamse volksleven rond 1900 van leden van de Willebrordusparochie. Erg schaarse uitgave gedrukt op belabberd papier.
Mr. A.J.J. van Rooy: “Kerkelijke architectuur” (Utrecht, 1953) met een interessant artikel over een Rijksmonument in mijn woonplaats; de Kruiskerk van Marius Frans Duintjer (1908-1983). Potloodprijsje van Putman; 25 gulden!
M.J. van Oosterzee: “Hollands eer verdedigd” (Utrecht, 1878). Behoort tot de antiquarische rariora. Bevat een vermakelijke reactie op een weinig vleiend artikel over ons land en zijn inwoners in de Hongaarse Pester Lloyd van 3 oktober 1873 (nr. 227). Inhoudelijk beslist blogwaardig, dus wordt nog eens vervolgd!


J. van Vloten (1818-1883): “Vondels eenvoud” (Amsterdam, 1862). Tekst van een toespraak gehouden in Deventer in 1858 waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de oprichting van een standbeeld van Joost van den Vondel. Het beeld werd onthuld op 18 oktober 1867 en staat in het Amsterdamse Vondelpark. Schaars!
J.W. Brouwers (1831-1893) ‘curé de Bovenkerk-lez-Amsterdam’: “Le centenaire du Poëte hollandais Vondel” (Lille, 1888). Antiquarische rariora! Tekst van een toespraak voor de ‘assemblée générale des Catholiques du Nord et du Pas-de-Calais’ in Lille. Op de titelpagina staat in handschrift: “Aan Mr. Heydenrijck, lid van den Raad van Staten, enz. Uit ware hoogachting. De schr(ijver)”.
Abbé Brouwers zoals hij werd genoemd was een liefhebber van Vondel en een groot redenaar. Hij behoorde tot het invloedrijke ‘Amsterdamse ABC’ (J.A. Alberdingk Thijm en Pierre Cuypers waren respectievelijk A en C). Hij was o.m. bouwpastoor in Bovenkerk (gemeente Amstelveen). Daar verrees vanaf 1873 de door de befaamde architect Pierre Cuypers (1827-1921) ontworpen neogotische St. Urbanuskerk, thans een Rijksmonument.


Zo maar wat willekeurige voorbeelden. De lijst is beslist niet compleet en bovendien blijf ik voorlopig gewoon ‘doorputmannen’ in het 'oud papier'. Heerlijk, en vele bibliofielen zullen dat met mij eens zijn. Daarom tot slot in koor en met elkander; “Putman is dood, leve het putmannen”.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen