vrijdag 18 augustus 2017

Post uit het verleden

Het zal de meeste van mijn lezers wel eens zijn overkomen.
U koopt een leuk boekje ergens in een antiquariaat, op de boekenmarkt of in de kringloop en thuisgekomen ontdekt u tussen de pagina's verstopt 'iets' dat een vorige eigenaar heeft vergeten.
Dat 'iets' had vaak de functie van boekenlegger maar kan van alles zijn. Een vergeten bankbiljet, toegangskaartje, ansichtkaart, brief of gedroogde bloemen en bladeren worden regelmatig tussen de bladzijden teruggevonden. Vergeten plakken salami en kaas ben ik persoonlijk nog niet tegengekomen maar anderen wel en onlangs las ik nog over de vondst van een ganzenveer achtergelaten door de schrijver in een middeleeuws manuscript.


Een aardig boekje hierover (ik heb het zelf niet) lijkt mij Michael Popek's: "Forgotten Bookmarks - A Bookseller's Collection of Odd Things Lost Between the Pages" (New York, 2011).
Van dezelfde auteur bestaat overigens ook een culinaire variant op dit thema: "Handwritten Recipes - A Bookseller's Collection of Curious and Wonderful Recipes Forgotten Between the Pages" (New York, 2012)!
Kopen?
U kunt ook op de link in een van bovengenoemde titels klikken, dan komt u op het gelijknamige blog terecht waar u uw hart kunt ophalen.
Daarnaast zijn er voor liefhebbers van 'things found in books' diverse voorbeelden te vinden bij 'Found in Books'.

In mijn kringloopwinkel vond ik laatst: "Leven en werk van Dirk Volckertsz Coornhert" (Amsterdam, 1978). Een net exemplaar met stofomslag geschreven door dr. Hendrik Bonger (1911-1999). In het NRC Handelsblad van 20 oktober 1978 verscheen een lovende kritiek op deze uitgave en de biografie won de dr. Wijnaendts Francken-prijs 1979 van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.


Voor twee euro vijftig werd ik de nieuwe eigenaar. Ik hou wel van biografieën over interessante historische figuren en Coornhert behoort daar zeker toe. Er was echter nog een reden die mij over de streep trok.
Toen ik het boek doorbladerde trof ik tot mijn verrassing een nieuwe witte envelop aan die als bladwijzer tussen twee bladzijden was gestoken. Er was met een ballpoint op geschreven: "Brief van H. Bonger aan S. Goudeket en M. Goudeket-Philips".


Ik heb wel vaker post uit het verleden (die niet aan mij was geadresseerd) ontvangen. Meestal zijn het kaartjes, briefjes en kattebelletjes van onbekende personen maar een enkele keer gaat het om de sporen van 'BN'ers uit de vaderlandse historie'.
Eerdere vondsten heb ik beschreven in: "Ephemera uit vak U7" en: "Uit mijn bakken".
Mijn (voor)laatste vondst, een aantal maanden geleden, zat in een brochure die ik bij Jos Albers op het Waterlooplein kocht. Het gaat om een lidmaatschapskaart uit 1932 van de "Nederlandsche Centrale Vereeniging tot bestrijding der tuberculose" die toebehoorde aan de Nederlandse Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman (1865-1943).


Natuurlijk had ik in de kringloop Bonger's brief (die aanmerkelijk ouder was dan de envelop in eerste instantie deed vermoeden!) vluchtig bekeken maar thuisgekomen las ik deze nogmaals aandachtig door.


Hendrik Bonger schreef de brief tijdens zijn verblijf in Dennenheuvel, een villa aan de Arnhemseweg tussen Apeldoorn en Beekbergen, ooit gebouwd voor de koopman J. ten Sijthoff. Het huis heeft na het overlijden van de eigenaar nog enige tijd dienst gedaan als pension voor ouderen maar is rond 1970 gesloopt en verdwenen.



De brief is gedateerd zestien juli 1944, ruim een maand na D-Day, en gericht aan (volgens het handschrift op de envelop) de destijds ondergedoken Sam Goudeket (1886-1979), gehuwd met Marianne Goudeket-Philips (1886-1951). De volledige tekst luidt:

"Adres:   J. ten Sijthoff                                                               Beekbergen, 16-7-44
               Dennenheuvel
               Beekbergen

Beste vrienden, 
Misschien herinneren jullie je nog vaag het bestaan van ondergetekende en zijn vrouw.
Het moet later maar eens allemaal mondeling bepraat worden wat we gedaan hebben en wat onze lotgevallen zijn geweest. Erg thrilling zijn de onze niet. We zijn meestal hier in 'Dennenheuvel', Beekbergen, waar we een eigen kamer hebben; we werken soms maanden op een boerderij, dan weer maanden aan de dissertatie die ik zo graag af wou hebben vóór de bevrijding, maar wat wel niet zal lukken, hoewel ik flink opschiet. 
Dan doen we samen veel waarover later ook eens mondeling, in vrede en vriendschap vereend in Amsterdam of op Wieringen of ergens waar wij zullen kunnen. 
We poetsen al onze oude ideeën en waarden weer op, halen ze uit de grond en de kast om ze gauw weer bij de hand te hebben; we zijn niet veranderd, alleen wat minder optimistisch, minder humanistisch, minder anti-militaristisch, maar verder wel 'op de oude voet voortgaand'; of jij weleerwaarde mijn ziel nog zal moeten verzorgen op de slagvelden van Java of Sumatra, dat weet ik niet, maar ik geef met toch maar op als het zo ver is; altijd praten en ideeën en niets doen dat is het ergste geweest van deze vier jaar.
Misschien willen ze me niet, maar dat moeten de Heren maar uitmaken.
Heel vaak denken we aan mijn jaargenoot en haar man. Hoe zouden ze het maken? 
Ik hoorde dat ze wel eens post ontvingen en vandaar de envelop in deze brief. Van To hoorde ik dat ik maar zo moest doen. 
Voor de winter is het uit met het gestoei in de wereld, of denken jullie van niet? Wij rekenen er maar op. Willen jullie eens wat laten horen, hoe het leven in de pastorie gaat en van allerlei?
Heel veel groeten en bedankt voor de dienst, en het allerbeste met jullie. Van Henk en Toot B.".

Normaal gesproken lees ik andermans post niet en is het ook niet netjes die openbaar te maken.
In dit geval echter zijn de hoofdpersonen overleden en vind ik de inhoud een aardige aanvulling op Bongers biografie die terug te vinden is op de website van de Digitale bibliotheek der Nederlandse letteren (DBNL). Mee eens?

vrijdag 4 augustus 2017

Over mijn bibliotheek, vijf jaar later...

Vijf jaar geleden, in oktober 2012, schreef ik "Over mijn bibliotheek".
Sindsdien verschenen 130 stukjes op dit blog met wisselend succes. Het verhaaltje over mijn bibliotheek behoort, als ik mijn statistieken mag geloven, tot de succesvolste en wordt nog steeds regelmatig gelezen. Er is sindsdien wel wat veranderd en daarom is het tijd voor een update.

'Toon mij uw boekenkast(en) en ik zeg wie u bent' is kennelijk een populair onderwerp.
Ik geef toe dat ik zelf ook graag lees over andermans boekenkasten c.q. bibliotheek maar zelden ben ik onder de indruk.
Neem bijvoorbeeld "De boekenkast van", van Erwin Reijers, waarin de kast(en) van tal van bekende Nederlanders (en Belgen) de revue passeren en onder de loep worden genomen. Al dan niet terecht zullen de aanblik en inhoud daarvan voor de meeste beschouwers en lezers niet alleen een indicatie zijn voor de belezenheid van de geportretteerde maar ook voor diens intellectuele - en culturele beschavingsniveau.
Jammer genoeg is het voor mij vaak de bevestiging van het feit dat de meeste BN'ers (en BB'ers), net als de meeste boekenliefhebbers geen bibliofiel zijn maar gewoon (veel)lezers. Kortom geen fraai gebonden bandjes en bijzondere boeken met een interessante geschiedenis maar een hoog gehalte aan pockets en andere in grote oplagen goedkoop gefabriceerde Nederlandse en buitenlandse pulp lectuur.
Zelfs de boekenplanken van Koning Willem Alexander getuigen van een weinig bijzondere of verfijnde smaak (en niet alleen naar mijn mening).

Toen ik vijf jaar geleden voor het eerst over mijn bibliotheek schreef zaten mijn zes Ikea Billy boekenkasten prop- en overvol. Twee jaar en vele boeken later was daarin nog steeds geen verandering gekomen zoals u kunt lezen in: "De derde stapel, een affaire...". Wachten tot het echt niet meer gaat zoals in 2011 herhaalde zich in 2017.
Het zag er dus "Vol!" uit en leidde vaak tot de conclusie dat er "Geen plek!" meer was, anders dan op één van de boekenstapels. Menigmaal verzuchtte ik dat de juiste boekenkasten moeilijker verkrijgbaar waren dan de boeken maar begin dit jaar kon ik eindelijk via Marktplaats twee kasten tegelijk kopen die bovendien bij mij werden langs gebracht (want ik beschik zelf niet meer over een auto).
Ik kan nu weer ademhalen al is het maar voor (heel) even want de kasten die ik kocht zijn meteen gevuld met de stapels die zich in mijn kleine studeerkamertje hadden gevormd en de talloze boeken die op en in de kasten (liggend op de rijen) lagen te wachten op de komst van nieuwe boekenkasten.

Hoe is de situatie hier nu?
Allereerst heb ik de opstelling van de kasten in de huiskamer veranderd. Voorheen stonden alle kasten met hun rug tegen de muur maar nu heb ik zes kasten met hun rug tegen elkaar gezet en één tegen de trapkast wand. Gelukkig is onze woonkamer breed en lang genoeg (de zeven kasten vallen nauwelijks op als je binnenkomt) en deze opstelling geeft mij een echt bibliotheekgevoel! Eventuele uitbreiding is nog mogelijk door het plaatsen van drie smalle kasten tegen de zijkant van de drie dubbele kasten. Natuurlijk is het niet de vraag of dat gaat gebeuren maar wanneer dat gaat gebeuren...

Mijn huiskamerbibliotheek bevat nu vooral seriewerken, (auto)biografieën, Limburgensia, genealogie, algemene(vaderlandse) geschiedenis en tal van andere onderwerpen (tabak & roken, dood & begraafplaatsen, erotiek, Egyptische, Griekse en Romeinse geschiedenis, bijzondere woordenboeken etc.). Het overgrote deel is non-fictie met hier en daar wat luchtige uitzonderingen zoals rijtjes Eco, Dekkers, Haasse en wat Mak.
De meeste kringloopvondsten vinden uiteindelijk hier een plek.


Mijn studeerkamerbibliotheek is niet veranderd wat betreft de kastopstelling. Wel heb ik door de komst van extra kastruimte beneden de onderwerpskeuze boven kunnen aanscherpen. De drie kasten bevatten nu uitsluitend 'boeken over boeken' (ruim negen meter), Amstelland & Amsterdam (drie meter), Atlassen (ca. 1 meter) en boeken van voor 1945 inclusief contemporaine uitgaven uit de Tweede Wereldoorlog (ca. 1 meter).
In de archiefkast staan in dubbele rijen alle bijzondere uitgaven; 'old en rare' en mijn in perkament gebonden boeken uit de zeventiende en achttiende eeuw (vooral geschiedenis waaronder oude kronieken, Amsterdam en Amstelland, topografie en oude literatuur). In de zwarte dozen onder in de kast zit voornamelijk moderne bibliofilie; dit soort boekjes...
Die archiefkast was vijf jaar geleden al (te) vol maar barst nu uit zijn voegen.


In de tussentijd kwamen er immers verschillende kleine collecties bij; Helmers ('De Hollandsche Natie'), Hennebo ('Lof der Jeneever') en Van der Goes ('De Ystroom').
Min of meer gedwongen verhuisde ik daarom veel negentiende en vroeg twintigste eeuwse boeken (over straatmuzikanten, gevangenisleven, zwervers, colportage en middernachtzending) uit deze kast naar... een stapel op de oude babycommode.
Een tweede stapel daarachter bevat onder andere de tiendelige serie rode bandjes met werken van Walter Scott waarover u hier kunt lezen. Op het zwarte ladekastje er naast staan twee kattekoppen (17de eeuwse wijnflessen), restanten uit mijn periode als amateur archeoloog en schatgraver. Daar achter ziet u een stapel met jaarboeken van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met 'on top' de twaalfdelige serie "Verzameling der werken van A. Fokke Simonsz." (Amsterdam, 1830/1835).


Op de boekenkasten staan (aan twee kanten) mijn fameuze metalen tijdschriftenbakken met zeer diverse inhoud zoals u hier kunt lezen.
Wat in de tussentijd vooral groeide is mijn deelcollectie bijzondere folders & brochures. Inmiddels stapelen de zuurvrije dozen (totaal zijn het er nu acht) met dit efemere drukwerk zich hier letterlijk op. Ze bevatten vooral schaarse uitgaven over Amsterdam/Amstelland, armoede, riolering & afvalverwerking, seksualiteit (lees mijn drieluik "De 'Z' van..." en "Vrouwenbeschutting") en 'blanke slavinnen' (dat onderwerp is van een publicatie volgend jaar).
Uit deze dozen putte ik voor mijn Twitter-project "50 Bizarre Brochures" (dat een ode is aan de handelaar bij uitstek daarvan, de helaas alweer vier jaar geleden overleden Amsterdamse antiquaar Louis Putman (1923-2013).


In een aparte kaartenmap bevinden zich mijn losse topografische kaarten en stadsplattegronden plus wat restauratiemateriaal in de vorm van oud en nieuw zuurvrij papier alsmede oud en nieuw (hand)marmerpapier.
Mijn handschriften maar ook gedrukte archivalia waaronder een deelcollectie lokale 'keuren en ordonnantiën' bewaar ik in mappen in een aparte zuurvrije doos.
Een doodenkele keer bewaar ik iets in boeken zoals de ansichtkaarten van 'Naatje' op de Dam in het “Gedenkboek der oprichting van het monument ter herinnering aan den volksgeest van 1830 & 1831” (Dordrecht, 1858). Een ander voorbeeld is Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs (een uniek kaartje voor de trekschuit uit 1775) dat ik bewaar in een zuurvrij hoesje bij: “Ordonnantie op de vaart langs den Amstel, Drecht en Aar…” (Amsterdam, z.j.).


Tussen al dat boekengeweld staan hier en daar wat oude en bijzonder objecten want zoals u weet ben ik door en door het voorbeeld van een antiquarius en is mijn belangstelling voor cultuurhistorisch erfgoed dus erg breed. Historische objecten komen er overigens (en gelukkig maar) mondjesmaat bij, want mijn ruimte is beperkt en voornamelijk bedoeld voor boeken.
Toch heeft u sinds mijn eerste stukje over mijn 'private library' kunnen lezen over het beeldje van Coster dat ik in 2014 kocht en over enkele oude bijzondere clichés die ik in 2015 bemachtigde.

Veel is nog niet besproken zoals mijn kleine collectie (tien objecten) dertiende eeuws proto-steengoed uit Brunssum/Schinveld (Limburg), het gebied waar mijn familienaam voor het eerst opduikt in de geschiedenis. Feitelijk het serviesgoed waaruit mijn voorvaderen dronken en aten!
Ook nog niet besproken - maar dat doe ik nu even hier - zijn de oude ijzeren handboeien met originele schroefsleutel die ik vorig jaar kocht via Marktplaats.

Gelukkig zijn ze gestempeld met de firmanaam 'Froggatt' (nummer '87' en 'Hard'). Met die gegevens is via Google gauw te achterhalen dat het gaat om Engelse 'handcuffs' gemaakt rond 1850 door een bekende negentiende eeuwse boeienfabrikant uit Birmingham, die ondermeer leverde aan Harry Houdini (1874-1926).
Wie zou ze hebben gedragen? Wat voor verhaal en leed schuilt erachter?
Zo'n (verzamel)object kan mij enorm boeien en doet mij af en toe denken aan mijn onfortuinlijke overgrootvader!

Ondertussen - beste boekenvrienden - gaat hier de stroom aan oud en nieuw maar altijd interessant (en meestal ingebonden) bedrukt papier gestaag door.
Deze week arriveerde hier met de post weer twee aanvullingen 'curious, old & rare' dankzij mijn nimmer aflatende 'Sneupen 2.0'. Beiden zijn trouwens de moeite van een aparte bespreking waard!
Kortom, u hoort weer van mij...



dinsdag 25 juli 2017

Boeken met een verlengstuk

In mijn kringloop kocht ik voor anderhalve euro: “Dood geen einde. Paranormale stemmen beschrijven een leven na de dood” (Amsterdam, z.j.) van IJsbrand Rogge (wie kent hem niet?). Achterin het boek zit een grammofoonplaat (45 toeren) met de stemmen van overleden personen, waaronder Mahatma Gandhi (1869-1948).
De opnamen komen uit de geluidsbandenverzameling van het beroemde medium Leslie Flint (1911-1994), wie kent hem niet?
In het register kwam ik trouwens ook een bekende Nederlandse naam tegen en wel die van Godfried Bomans (1913-1971). Bij mijn weten is hij de enige Nederlandse schrijver die (via zijn geleide geest ‘Mickey’) over het graf tot ons heeft gesproken. Misschien een leuk idee voor het Godfried Bomans Genootschap, om daarover eens te schrijven want die vermelden (nog) niets over deze interessante geschiedenis.

Enfin; het ging me dus om die grammofoonplaat!
Boeken met een los verlengstuk of dat nu View-Masterschijfjes zijn, dia’s, of zoals in dit geval, een heerlijk gedateerd stuk vinyl, intrigeren mij mateloos. Over de benodigde apparatuur beschik ik allang niet meer dus die plaat met stemmen van gene zijde kan ik helaas niet beluisteren maar opeens is de combinatie boek- en platenmarkt (een verschijnsel dat ik in toenemende mate bespeur) wel een stuk logischer geworden!

Maar eerlijk is eerlijk, het is niet de eerste uitgave in mijn bibliotheek met een grammofoonplaat. Alweer jaren terug kocht ik het boek van Koos Groen: “Er heerst orde en rust. Chaotisch Nederland tussen september 1944 en december 1945” (Nijmegen, 1979). Ook toen was het die los bijgevoegde 45 toerenplaat met ‘authentieke historische geluidsfragmenten’ (radio fragmenten) die mij verleidde tot aanschaf.
Dat geschreven hebbende realiseer ik me opeens dat ik zelfs een bijzondere bibliofiele uitgave bezit met zo’n ouderwetse plaat. Het gaat om: “Trappen” (Amsterdam, 1982) van Rein Jansma en Joost Elffers met een 45-toeren grammofoonplaat in blanco hoes: “Circles” (Philip Glass).
Ik beschreef het op mijn blog in “Boek-en-kunst”, ruim vier jaar geleden.


Boeken-met-plaat’ lijkt mij vooral een jaren zestig tot en met jaren tachtig verschijnsel. Ongeveer dezelfde periode waarin ik net als vele andere tieners beschikte over een stereotoren met platenspeler (maar nog niet over bovengenoemde boeken).
Inmiddels is de vinyl grammofoonplaat iets exclusief voor de geluidsliefhebber geworden. In huize Perkamentus zijn zowel platenspeler als grammofoonplaten geheel van het toneel verdwenen toen de Compact Disc (CD) zijn intrede deed.

In de eerste helft van de jaren negentig kocht ik mijn eerste personal computer (PC).
Een behoorlijke kast waarin standaard een floppy diskettestation zat. Eerst voor die grote slappe 5¼ inch floppy’s maar later ook voor de harde 3½ inch diskettes.
Kent u een ‘boeken-met-diskette’ voorbeeld, anders dan oude (computer) cursussen en dergelijke? In mijn kasten staat niets.
Gelukkig maar, want toen ik eind vorige eeuw de zoveelste nieuwe desktop kocht zat er tot mijn stomme verbazing opeens geen diskettestation meer op en kon ik al mijn oude 5¼ inch en 3½ inch diskettes niet meer gebruiken.

Gedwongen, maar binnen no time, stapte ik over op CD’s en ja hoor ook boeken met een CD(-rom) deden hun intrede. Daarvan heb ik diverse voorbeelden in mijn bibliotheek zoals het boek van P. Schneiders: “Nederlandse Bibliotheek Geschiedenis. Van Librije tot Virtuele Bibliotheek” (Den Haag, 1997), met in een uitsparing in het achterplat een CD-rom met ‘De Nederlandse Bibliotheek- en Documentatiegids 96/97’.

Het ‘boeken-met-CD’ fenomeen heeft tot in deze eeuw standgehouden. Een ander voorbeeld in mijn boekenkast is het boek van Christian Bertram: “Noord-Hollandse Arcadia. Ruim 400 Noord-Hollandse buitenplaatsen in tekeningen, prenten en kaarten uit de Provinciale Atlas Noord-Holland” (Alphen aan den Rijn, 2005).
In een doorzichtig plastic hoes tegen het achterplat geplakt zit een CD-rom met ruim 560 gravures en tekeningen van de desbetreffende buitenplaatsen alsmede het boek in PDF-formaat.

Ongetwijfeld verschijnen er nog steeds boeken met een CD al zijn het vermoedelijk grotendeels uitgaven die gaan over muziek en componisten maar verschijnen er ook nog boeken met een CD-rom (waarop aanvullende data)?
Trouwens…. inmiddels is net als het diskettestation ook de CD-speler zo’n beetje uit de standaard desktopcomputer verdwenen.
Onder het mom van ‘altijd makkelijk’ (want ik heb nog een stapel CD-rom’s liggen) kocht ik die vorig jaar los bij mijn nieuwe IMac. Tot op heden echter heb ik het apparaat niet gebruikt!

Als extra toevoeging bij het boek, als verlengstuk naar een ander medium, zijn grammofoonplaat of CD niet meer nodig. Immers, het ultieme verlengstuk is inmiddels de PC, want oneindig in beeld, geluid en informatie en altijd up-to-date.

Bibliopolis. Geschiedenis van het gedrukte boek in Nederland” (Den Haag/Zwolle, 2003), bekend bij vele boekenliefhebbers, zou je een voorbeeld kunnen noemen van ‘boeken-met-PC’.
Geen apart verlengstuk meer maar een verwijzing in de tekst naar de gelijknamige website. Daarmee wordt het boek dan wel losgelaten want niet meer herdrukt terwijl de website voortdurend wordt bijgewerkt. Bovendien heb je het boek niet nodig om op de website te komen.


Intiemer vind ik daarom mijn prachtige tweedelige Taschen uitgave: “Type. A visual history of Typefaces and Graphic Styles” (Köln, 2009/2010).
In elk deel zit achterin een plastic keycard met wachtwoord.
Voilà ‘Boeken-met-Keycard’!
Daarmee krijg ik toegang tot een besloten gedeelte op de website van Taschen met vele honderden ‘high resolution scans’ van letter- en ornamentproeven van drukkerijen tussen 1628 en 1938.

De boeken bevatten zo de sleutel(s) tot exclusieve media. Nota bene diezelfde moderne media waarvan keer op keer wordt voorspeld dat ze het einde van het gedrukte boek betekenen.
Veel mooier en ironischer wordt het niet…

Naschrift

Ik ontving naar aanleiding van dit verhaal een mail van Jos Swiers (De Althaea Pers) waarin hij me er fijntjes op wees dat ik ook nog over een bibliofiele uitgave met CD beschik! Het gaat om een exemplaar van: "De wereld een cocon" ('s-Gravenhage, 2012) een door de Althaea Pers verzorgde bibliografie in beperkte oplage gewijd aan de uitgaven van de Atalanta Pers. Ik ontving destijds van Jos nummer 20 (van de 195 Arabisch genummerde exemplaren). Als bibliofiel ben je soms rijker dan je denkt!

dinsdag 11 juli 2017

Drukraadsel; pamflet met recept


Afgelopen zondag, 9 juli, vond de laatste 'Boeken op de Dam' plaats, een van de zomerse boekenmarkten die sinds 1986 door De Kan wordt georganiseerd.
Onder een strakblauwe hemel met een stralende zon was ook Perkamentus aanwezig al was dat meer om nostalgische redenen want veel hoop op succes had ik niet.
In de loop der jaren namen aanbod en kwaliteit op deze markt sterk af.
Grote smaakmakers als antiquariaat Klikspaan uit Leiden, met een breed en kwalitatief hoogstaand assortiment, haakten af en met weemoed dacht ik aan de Deventer antiquaar Jos Wijnhoven (1961-2017) bij wie ik alweer drie jaar geleden op de Dam iets leuks kocht, dat ik in 'Zand erover' beschreef.

Ik was al minstens drie keer heen en weer geslenterd over de markt toen ik bij de kraam met veilingrestanten van Vincent Zwiggelaar een stapeltje oud bedrukt papier gewaar werd dat mijn aandacht trok. Het ging om een stuk of vijf dubbelbedrukte foliobladen (bifolium) met een “Recept voor de beet van eenen dollen hond”.
Behalve het recept - goed voor mens en dier! - staat er verder geen jaar en plaats noch een drukker- of uitgeversadres op.
De handelswaar van een kwakzalver?
Anno 2017 toveren recept en behandelmethode een glimlach op je gezicht en zullen maar weinigen aan de heilzame werking ervan geloven laat staan het uitproberen!
Vincent overwoog met een big smile om de bladen doormidden te snijden en ze vervolgens per stuk voor tien euro te verkopen (je bent handelaar of niet...) maar ik kon zo’n intact tweezijdig drukraadsel nog meenemen voor hetzelfde geld en de belofte om erover te schrijven op mijn blog.
Ik zou er hoe dan ook geen honderd euro voor over hebben gehad en toch is dat het bedrag dat iemand er ooit voor bood (exclusief veilingkosten) op zijn veiling een aantal jaren terug (veiling van 8 november 2011, lotnr. 233).


Wie zeventiende en achttiende eeuwse gravures van kerkinterieurs bekijkt zal het onmiddellijk opvallen dat daarop veelvuldig honden werden afgebeeld. Om de overlast van zwerfhonden in de kerk maar ook daarbuiten tegen te gaan ging de stedelijke overheid er al vroeg toe over om hondenslagers (of stokmannen) in dienst te nemen; een beroep dat tot ver in de negentiende eeuw zou blijven bestaan.

Honden bezorgden niet alleen overlast maar werden ook gezien als de drager en overbrenger van allerlei ziektes, met name de beruchte hondsdolheid (Rabiës).
Vooral in de achttiende eeuw werd daarover veel geschreven en gepubliceerd.
Er bestonden talrijke 'onfeilbare' recepten tegen ‘de beet van eenen dollen hond’ zoals een ander anoniem gedrukt “Recept tegen de Dolligheyd van Menschen en Beesten”, uit 1732 (in de Koninklijke Bibliotheek, Knuttel 16859d).


Mijn "Recept voor de beet van eenen dollen hond" staat niet in de pamflettencatalogus van Knuttel maar wel in WorldCat die twee exemplaren kent. Eén bij de Universiteit van Groningen en de ander (ook een bifolium) in de National Library of Medicine in Bethesda, Amerika.
Volgens de omschrijving werd het mogelijk in Groningen gedrukt. Toen ik vervolgens op Google zocht naar de titel zag ik al gauw een veelbelovende verwijzing naar het maandblad Groningen (Jrg. 2, 1919/1920) met een bijdrage van archiefmedewerker
B. Lonsain (1870-1961), over “Maatregelen tegen hondsdolheid” (blz. 197-199). Daaraan ontleen ik de volgende informatie.

In 1785 kwam in Westerwoldingerland (Oost-Groningen) hondsdolheid veelvuldig voor.
De toenmalige richter/drost mr. Lodewijk Muntinghe (1747-1799) schreef hierover op 27 september een brandbrief aan het stadsbestuur van Groningen met het dringende verzoek om een actieplan.
Die formuleerden op 3 oktober een concept-plakaat met diverse maatregelen dat, eenmaal goedgekeurd, aan de stadsgebieden werd verzonden.
Bovendien werd in herinnering gebracht het in 1781 door het Collegium Medicum te Groningen opgemaakt recept ter behandeling van door een dollen hond gebeten menschen. Dit middel schreef voor, dat de patienten zich gedurende eenigen tijd, moesten onthouden van alle geestrijke dranken en specerijen en daarboven op dieet dienden te worden gesteld, dat de wonden opengehouden moesten worden met Spaansche vliegen en ten minsten tweemaal per dag met zout en azijn gezuiverd en vervolgens worden behandeld met basilicum en roode praecipitaat.
Dit was het toenmaals geldende ‘officieele’ geneesmiddel.
Maar er was ook nog een ander middel, hetwelk de stadsregeering den lijders aan die vreeselijke ziekte niet wilde onthouden en dat zij daarom gaarne stelde ‘ten nutte der ingezetenen van onze stadsdistricten en colonien’.
Dit recept werd niet, zooals het bovengenoemde, in den tekst van het plakkaat opgenomen, doch afzonderlijk gedrukt, ook zou het niet van de predikstoelen worden afgelezen, wat met het evenvermelde plakkaat wel het geval was, doch worden toegezonden aan den drost, de ambtmannen, de richters en de predikanten, om het ‘aan ieder ingezetene des begeerende mede te deelen’

U raadt het al, dit - afzonderlijk gedrukte - wondermiddel is mijn anonieme pamflet.

Geen drukwerk van een kwakzalver dus maar een geneeskundige tip van een goedgelovig Gronings stadsbestuur!
We kunnen het ze moeilijk kwalijk nemen. Ook de heren medici geloofden er destijds heilig in zoals blijkt uit het artikel van de Groningse burgemeester en dokter mr. Evert Jan Thomassen a Thuessink (1762-1832) in de “Vaderlandsche Letteroefening” (jaargang 1799).
Hij merkte daarin fijntjes op dat het middel sedertdien algemeen werd gebruikt zonder te hebben gefaald maar dat de geneeskundigen wel tot het inzicht waren gekomen dat het meest werkzame bestanddeel de ‘boomolij’ (= olijfolie) was!
De Groningse behandelmethode hield - zeker voor dieren - nog lang stand.
Een halve eeuw later, in 1844, vinden we het recept terug in dr. A. Numan’s “Handboek der genees- en verloskunde van het vee…” (Groningen, 1844, blz. 599).

Ziezo! Achtergrond, herkomst en ouderdom van mijn curieuze pamflet met recept zijn thans opgelost. Op naar het volgende kunstraadsel, pardon drukraadsel!

vrijdag 16 juni 2017

Kozakkendag bracht 'De Verlossing'


Van de boekenmarkten die in de zomer door de Kan worden georganiseerd bezoek ik bij voorkeur de Amstellocatie naast de Stopera. Op de Dam is mij iets te toeristisch en bovendien zijn er handelaren die daar liever niet (meer) komen omdat het hen te weinig oplevert.
Jammer, want daardoor neemt niet alleen de aangeboden boekenhoeveelheid af maar ook de kwaliteit. Natuurlijk hangt een en ander ook af van je interesse(s). Bij mij zijn dat toch vooral de wat oudere antiquarische uitgaven. Helaas zijn er steeds minder kramen die daarvan wat hebben liggen maar afgelopen zondag had ik geluk en weer eens beet!


Ik was die zonnige dag al vroeg op pad gegaan en toen ik rond tien uur op de markt naast de Amstel verscheen waren vele handelaren nog druk bezig met uitpakken.
Bij kraam nummer zeven werd mijn aandacht getrokken door een bundeltje met gelegenheidsgedichten uit het jaar 1813. Het einde van de Franse bezetting zorgde toen voor een welhaast onafzienbare stroom 'jubelpoëzie', en uit het stapeltje trok ik twee pamfletten die voor tien euro per stuk mijn eigendom werden.
Hoe ik tot mijn keuze voor deze twee kwam zal u gauw duidelijk worden.

Het anonieme gedicht: "Aan het volk van Nederland" (Amsterdam, 1813) trok mijn aandacht omwille van zijn titel. Die is natuurlijk expres gekozen en refereert aan het bekende pamflet uit 1781 van Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784). Daarnaast bevat het een soort toegift in de vorm van een extra gedicht getiteld:
"Aan mijne stadsgenooten. Op den 24ste November 1813".


Er zijn niet veel Amsterdammers meer die weten dat er op vierentwintig november 1813 een einde kwam aan de Franse overheersing van de hoofdstad.
Op die dag - rond zeven uur in de ochtend - arriveerde hier tweehonderd Kozakken voor de Muiderpoort. Hun komst was beslissend.
Na het vertrek van de Franse bezettingsmacht op 14 november had het neutraal georiënteerde provisioneel stadsbestuur besluiteloos doorgemodderd. Pas op 'Kozakkendag' dorsten ze de macht uit handen te geven en kwam er een definitief einde aan achtentwintig jaar Franse tijd in Amsterdam.
Een maand later, op 2 december 1813, reed de toekomstige Koning Willem I onder gejuich van duizenden mensen via de Haarlemmerdijk de stad binnen waar hij op 30 maart 1814 met veel pracht en praal zou worden gekroond.


Zoals bij de meeste pamfletten die ik in de loop der jaren ben tegengekomen zit er geen (sierpapieren)omslag om. Met uitzondering van de titelpagina waar enige typografische variatie is betracht is het verder een weinig spectaculaire (octavo)uitgave die terug te vinden is in de pamflettencatalogus van Knuttel (nr. 23559) en digitaal hier.

Dat is geheel anders bij het tweede pamflet (Knuttel 23584) dat ik uit het stapeltje trok.
Het viel meteen op door zijn fraaie en zorgvuldig bedrukte omslag. Een blanco vel met sierkaders voor en achter met in het midden voorop de titel "Bij de verlossing van mijn dierbaar vaderland" en achterop een bloem.
Toen ik het opensloeg viel mijn oog direct op de in Gotische letters gedrukte auteursnaam Petronella Moens (1762-1843). Deze blinde domineesdochter, 'De Vriendin van 't Vaderland', is in de Nederlandse geschiedenis en literatuur geen onbekende, maar dit verhaal wordt te lang om daar uitvoerig bij stil te staan.
Links van het titelblad (de achterzijde van de omslag) las ik: "Geene exemplaren worden voor echt erkend, die niet door de uitgeefster eigenhandig zijn ondertekend" met daaronder in zwierige handschrift 'F.D. Zimmerman'. 
Interessant, een vrouw!


Thuis begon het uitpluizen.
Geen van de brochures wordt momenteel antiquarisch aangeboden. Wel zijn ze in openbare collecties te vinden. Van het gedicht van Petronella Moens vond ik al gauw een digitale versie van de tweede druk uit 1814 ( (Knuttel 23759) die u hier kunt bekijken.
Bij dat exemplaar ontbreekt overigens die omslag en het zou me niet verbazen als die alleen om de eerste druk zat. Juist die sieromslag met autorisatie op de versozijde maakt deze uitgave extra interessant! Alleen daar staat expliciet dat F.D. Zimmerman een ‘uitgeefster’ is!

Toen ik mij in haar verdiepte ontdekte ik al gauw dat mevrouw Zimmerman eigenlijk Fortmeijer heette!
Deze Frederica Dorothea Fortmeijer (1780-1850) huwde op 16 juni 1808 Johannes Decker Zimmerman (1785-1867).

Hij was predikant te Utrecht en zoon van David Zimmerman die terug uit Patriotse ballingschap in 1801 een drukkerij startte met meerdere persen. Hier leerde Johannes letterzetten en al gauw werd hij ook met correctiewerk belast. De stap naar zelf schrijven en publiceren was zo gauw gezet.



Johannes Decker Zimmerman (zijn moeders naam Decker voegde hij in 1806 toe aan zijn achternaam) schreef onder meer diverse gedichten gewijd aan politieke gebeurtenissen zoals over Napoleon en de Belgische opstand (1830). Toen hij in 1812 in financiële moeilijkheden raakte stichtte hij in Utrecht, in de Lange Nieuwstraat 330, een boek-, papier-, muziekhandel en leesbibliotheek op naam van zijn vrouw, F.D. Zimmerman (geboren Fortmeijer).
Een van de eerste publicaties die daar - voor enkele stuivers te koop - verscheen was 'Bij de Verlossing...' van Petronella Moens.
De samenwerking moet bij Moens in de smaak zijn gevallen want tussen 1814 en 1829 schreef zij nog diverse stukken in het weekblad 'Euphonia' dat eveneens bij deze 'uitgeefster' verscheen en waarvan hij redacteur was.

'Bij de Verlossing' stond aan het prille begin van een langdurige vriendschap.
Toen hij op 29 december 1837, vijfentwintig jaar later, een bijdrage schreef in haar vriendenrol richtte hij zich tot haar met 'Lieve Pietje' (naar haar bijnaam 'Pietje potentaat!). Zes jaar later, in 1843, overleed Petronella Moens en memoreerde hij haar met een uitgebreide gedachtenisrede.
Waartoe een mooi verzorgde uitgave die bol staat van de: "taal van eene vrouw, die eenen man eer zoude aandoen..." al niet kan leiden!

vrijdag 2 juni 2017

Bibliotheca Enchusana

De meeste bibliofielen die ik ken zijn ook eigenaar van een (al dan niet grote) privébibliotheek. Als die bovendien een paar plankjes met ‘boeken over boeken’ bevat dan staan daar altijd wel wat uitgaven tussen over (Nederlandse) bibliotheken.

Op dat gebied heb ik een paar weken geleden met een aardige korting het nieuwe boek gekocht dat verscheen onder redactie van Ad Leerintveld en Jan Bedaux; “Historische Stadsbibliotheken in Nederland” (Zutphen, 2016). Dat staat nu naast mijn exemplaar van P. Schneiders: “Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. Van Librije tot virtuele bibliotheek” (Den Haag, 1997). Aardig detail is dat in het laatste boek ook de uitnodiging zit voor de boekpresentatie destijds en dat de auteur het boek heeft gesigneerd.


Voorts staat hier natuurlijk ook de heruitgave van de oudste gedrukte catalogus ter wereld van een openbare bibliotheek; de Leidse ‘Nomenclator’ uit 1595 (Leiden, 1995, in een oplage van 350 exemplaren) van Petrus Bertius en tot slot beschik ik over diverse kleine moderne uitgaven met betrekking tot Nederlandse (historische) bibliotheken zoals het boekje van K.O. Meinsma: “De librye te Zutphen” (Zutphen, 1988).


Op het gebied van ‘old & rare’ had ik tot dusver maar één enkele uitgave in mijn kast staan die ik al eens eerder aan u heb voorgesteld (zie hier).
Het gaat om een exemplaar van de in 1881 uitgegeven facsimile van de "Catalogus Bibliothecae Amstelredamensis" (Leiden, 1612) die ik destijds voor vijf en zeventig euro kocht bij veilinghuis Bubb Kuyper.

Originele oude stadsbibliotheekcatalogi, zeg maar van voor 1800, was ik tijdens mijn boekenjachten nog niet tegengekomen tot vorig week vrijdag.
Toen vond ik op de Amsterdamse Spui boekenmarkt (bij antiquariaat Fenix) voor slechts drie tientjes een exemplaar in oorspronkelijk (kam)marmeren omslag van de “Index Variorum, Insignium Librorum, tam Historicorum, Medicorum, Juridicorum, quam Theologicorum, qui servantur in bibliotheca Enchusana” (Enchusae, 1761).

Meteen gekocht natuurlijk want dergelijke uitgaven zijn erg zeldzaam. Ze werden immers maar voor een beperkt doel gedrukt en de oplagen waren dus niet groot. Bovendien veranderde het boekenbestand nog wel eens en verouderde de catalogus. Naast de Koninklijke Bibliotheek beschikken ook de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Utrecht over een exemplaar alsmede het Westfries archief (en, naar ik mag hopen, ook de Librije zelf!).

Dankzij het boek van Ad Leerintveld en Jan Bedaux, met het door Jaap Keppel geschreven hoofdstuk over de Enkhuizer Stadsbibliotheek, bleek me al gauw dat het gaat om een herdruk van de catalogus van 1693 die voor wat betreft het boekenbestand met maar één titel verschilde van zijn voorganger (in quarto, nr. 53; een redevoering van dominee H. Stochius, gedrukt in 1761). De catalogus met op het titelblad het wapen van Enkhuizen vastgehouden door een schone vissersmaagd, bevat geen inleiding maar valt meteen met de deur boeken in huis. Het zou mij echter niks verbazen als de reden voor deze midden in de achttiende eeuw, onverwachts verschenen heruitgave, gezocht moet worden bij die trotse Enkhuizer dominee.

De Enkhuizer Librije is de enige zeventiende eeuwse stadsbibliotheek die bewaard is gebleven op haar oorspronkelijke locatie (op de bovenverdieping van het zuiderportaal in de Sint Gummarus- of Westerkerk). Ze is vaker onderwerp van onderzoek geweest en ook is er een aardige romantische afbeelding van haar gemaakt, geschilderd door J.P.C. Grolman (1841-1927), die u bovenaan dit stukje ziet. Ik bezocht haar met een aantal leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen een paar maanden na de heropening in november 2014 en maakte er diverse foto’s waarvan er thans één mijn Twitter profiel siert.

Terug naar die catalogus!
Wat mij al bladerend in de metro op weg naar huis, direct opviel zijn een aantal typische kenmerken die je wel vaker ziet in dergelijke oude catalogi. Bijvoorbeeld het gebruik van diverse lettertypen. Nederlandstalige titels in het gotisch, Latijnse titels in het romein en Franse titels in romein cursief. Daarnaast de onderverdeling per plank ('pluteo') in onderwerp en formaat (folio en quarto) en tot slot de zeer summiere titelbeschrijving waardoor van sommige boeken volstrekt onduidelijk is om welke editie het gaat. Overigens zijn de boeken doorlopend genummerd zodat in één oogopslag duidelijk is dat de bibliotheek in 1761 bestond uit 335 folio’s en 53 quarto’s.

Het zal u niet verbazen dat Theologie de hoofdmoot vormde. De oudste uitgave is van 1487, de jongste van 1761. Het merendeel bestaat echter uit boeken die tussen 1510 en 1650 verschenen met als absoluut hoogtepunt het eerste kwart van de zeventiende eeuw.

Een bezoekje aan de Enkhuizer Librije kan ik trouwens elke boekenliefhebber aanraden, zeker als je nog nooit in een oude stadsbibliotheek in zijn oorspronkelijke behuizing bent geweest. Sinds 2006 is de zorg toevertrouwd aan de Stichting Librije Westerkerk (SLWE) die als logo het titelblad van de catalogus van 1761 voert.

vrijdag 19 mei 2017

Over grenzeloze fantasie en goedkope werkelijkheid

Trouwe lezers van mijn blog weten dat ik al eens eerder heb geschreven over enkele boeken die ik kocht via internetveiling Catawiki.
Kortgeleden zag ik daar weer een interessant kavel waarop ik succesvol bood. Het gaat om Jan Fokke Simonsz. (1742-1812): "Amsteldam en zyne geschiedenissen, in 't kort" (Amsterdam, 1788-1792). Een zesdelige serie die in feite werd geschreven en uitgegeven voor de jeugd.
Dat blijkt behalve uit het formaat (12°) ook uit de opzet. In vraag en antwoordvorm behandelen vader en zoon uitvoerig de geschiedenis van de hoofdstad. Onmiskenbaar werd daarbij het grote voor volwassenen geschreven driedelige (later vierdelige) werk van de achttiende eeuwse stadshistoricus Jan Wagenaar gevolgd. Dat is vooral te zien aan de overeenkomstige thematische opbouw en indeling.
De volledige tekst van alle zes deeltjes is online beschikbaar.

Interessant zijn de verschillende afbeeldingen door H. Vinkeles naar J. Buijs
(historieplaten), N. v.d. Meer jun. naar J. Elffers (gebouwen en dorpsgezichten) en
D. Vrijdag (portretten) die deels nieuw, deels navolgingen zijn van eerder uitgegeven illustraties. Het eerste deel bevat een uitslaande stadsplattegrond getiteld: "Grondtekening der stad Amsteldam, in derzelver eerste beginselen, omtrend Aº 1200".
Het is een opmerkelijk fantasiekaartje (niet gesigneerd), een stadsreconstructie begrensd door de kennis van toen, maar bovendien de enige oude stadsafbeelding met daarop het fameuze 'kasteel van de heren Van Amstel' in volle glorie! Lang hebben moderne historici gedacht dat het om een luchtkasteel ging! Maar nee, aan de Nieuwzijds Kolk, ongeveer daar waar de onbekend gebleven graveur het kasteel weergaf, werden in 1994 inderdaad muurresten gevonden van een versterking uit het einde van de dertiende eeuw (die zeer waarschijnlijk door de Hollandse Graaf Floris V werd gebouwd).

Het is niet de enige fantasievolle boekillustratie van Amsterdam in mijn collectie.
Ook in het door Johannes Marshoorn uitgegeven: "Gebouwen, Gezigten en Oudheden der Stad Amsterdam" (Haarlem, 1741) waarover ik eerder schreef, zit een bijzondere geheel verzonnen afbeelding.
Bijzonder, omdat deze (3) 'Verbeeldende Amsterdams geringe Beginzel' de situatie weergeeft toen er nog geen sprake was van stedelijke bebouwing!
De gravure toont een moerassig landschap met drie armzalige vissershutjes aan het IJ en de rivier de Amstel en moet de nederige afkomst verbeelden van de later zo machtige koopstad Amsterdam.
Grenzeloze fantasie gebaseerd op een mythische beeld!
In de Amsterdamse bodem zijn geen sporen van bewoning vóór 1200 aangetroffen en mochten die er zijn geweest dan zijn ze van de kaart geveegd door grote stormvloeden zoals de Allerheiligenvloed van 1170. Bovendien is inmiddels uit archeologisch onderzoek komen vast te staan dat er zich aan de Amstelmond vanaf het begin af aan ook verschillende ambachtslieden vestigden (zo zijn er bewoningssporen gevonden van een wever, tingieter en smid).


Fantasie; maar desondanks werden beide kaartjes opgenomen in het voor (topografische) kaartenliefhebbers onmisbare tweedelige standaardwerk van Marc Hameleers: "Kaarten van Amsterdam 1538-2012" (Amsterdam, 2013).
Daarin vindt u ook de oudste betrouwbare stadsplattegrond; het befaamde schilderij uit 1538 van Amsterdam in vogelvlucht door Cornelis Anthonisz. (ca. 1505-1553). Van deze afbeelding is door hem in 1544 een houtsnedekaart gemaakt (die bestaat uit twaalf delen). Van de eerste oplage van deze gedrukte kaart is geen exemplaar meer bekend.
Van de andere vijf oplagen die tussen 1544 en 1664 (!) verschenen resteert nog een handvol exemplaren, allen in openbare collecties. De kans dat er ooit nog een exemplaar 'in het wild' bij een antiquaar of veilinghuis opduikt acht ik nihil.


Een vroege facsimile (1941) van deze houtsnedekaart uit 1544 bezit ik al (zie hier) maar het is ook nog steeds mogelijk om voor relatief weinig geld een zestiende eeuwse kopie van die beroemde stadsplattegrond te kopen!

Het gaat om een klein houtsnedekaartje (15.5 x 17.5 cm.) dat voor het eerst voorkomt in een uitgave uit 1550 van Sebastiaan Münster's (1488-1552): "Cosmographia" (Basel, 1544). Het monogram linksboven 'H.H.' verwijst naar de graveur: Heinrich Holzmüller (1530-1559). Het is in één oogopslag duidelijk dat de kaart van Cornelis Antonisz. uit 1544 model stond.


Het boek van Sebastiaan Münster was razend populair. Binnen een eeuw verschenen vierentwintig edities in verschillende talen. Origineel en compleet is deze uitgave nu onbetaalbaar maar gelukkig kon ik jaren geleden in de ramsj bij De Slegte in Amsterdam een facsimile kopen voor weinig geld.

Interessant vind ik ook de legenda (' Erklerung') onder dit kaartje die het belangrijkste wereldlijke gebouw noemt alsmede diverse geestelijke instellingen (A. Altekirch,
B. Newkirch, C. Statthauss, D. sant Claren, F. sant Margreth, G. Minder bruder, H. Unser frawen capel, K. Leprosen, L. sant Magdalen, M. sant Brabara, N. Pauliner).
Heel opvallend daartussen is de vermelding van 'E. die ramen'! Geen gebouw maar een plek van pre-industriële nijverheid, de lakenindustrie! Een groot veld buiten de Amsterdamse stadsmuren (op het kaartje geheel links in het midden) waar grote houten raamwerken waren opgesteld waaraan de lakenbereiders hun geverfde lakense stoffen lieten drogen en oprekken.


Losse bladen uit een van de vele edities van het boek van Sebastiaan Münster met dit kaartje (gekleurd en ongekleurd) worden antiquarisch nog her en der te koop aangeboden voor bedragen onder de honderd euro. Ik kocht een blad, uit een van de talrijke Duitse edities; ongekleurd, want persoonlijk hou ik niet zo van ingekleurde kaarten en illustraties, tenzij het topkwaliteit is.
Ik vond mijn nieuwe aanwinst online in een Duits antiquariaat in Altenmarkt an der Alz (Bayern) en het kostte me inclusief de verzending vijfenvijftig euro!
De werkelijkheid is goedkoper dan u denkt maar kijk bij het stillen van uw bibliofiele begeerte dus vooral verder dan uw neus lang is, kijk internationaal!